"Geen opleiding waarin je zo snel groeit als zorgprofessional en mens, als in de masteropleiding geneeskunde"

In dit interview blikt Yaela Schrijver, die van 2023 tot 2026 haar master volgde en recent afstudeerde, terug op haar ervaringen met programmatisch toetsen. Ze gaat in gesprek met Chantal Albicher, programmacoördinator en - al lang voor de start van het huidige curriculum in 2021 - nauw betrokken bij de ontwikkeling van feedback en beoordelen in de master geneeskunde. Samen bespreken zij de uitdagingen, successen en voortdurende veranderingen binnen het onderwijsprogramma.
Toen Yaela Schrijver haar eindbeoordeling terugkreeg na afloop van haar masteropleiding, merkte ze dat ze eigenlijk meer teleurgesteld was dan trots. Ze besloot een brief te schrijven aan de opleiding.
Wat raakte je het meest aan de uiteindelijke beoordeling die je kreeg?
Yaela Schrijver: Ik was teleurgesteld in wat er was opgeschreven, omdat er eigenlijk niets stond dat ik nog niet wist. Ik had er veel van verwacht, misschien zelfs te veel. Ik hoopte dat een onafhankelijke beoordelaar mij nieuwe dingen zou leren over mijzelf, na analyse van mijn portfolio. Ik besloot om mijn gedachten op papier te zetten om in eerste instantie die frustratie van mij af te schrijven. Niet per se om de brief ook te versturen. Maar toen ik de brief een dag later teruglas, dacht ik: ik heb eigenlijk nog veel ideeën over hoe het beter kan en wil juist graag meedenken, om verschil te maken voor alle studenten na mij. Dus heb ik hem toch naar Chantal gemaild.
Chantal Albicher: Ik was heel blij met die brief! Het doel van de high-stake beoordeling is ook dat het geen verrassing is voor de student. Dat is bereikt. Gedurende de master hebben we met alle studenten meermaals een 'gesprek met de opleiding', zo ook met de groep van Yaela. Ze was toen al positief kritisch en dat helpt ons om de opleiding te verbeteren. Twee weken na ontvangst van de brief, nodigde ik haar uit voor een kop koffie, ik was benieuwd naar haar ideeën.
Wat stond er in de brief en waar liep je tegenaan?
Yaela: Mijn grootste punt ging over het feedbacksysteem; het programmatisch toetsen. Ik vond de uitleg ervan aan het begin van de master en op Canvas summier en had veel vragen. Hoe werkt het nou precies? Waarom is het zo ingericht? Hoe weegt elk onderdeel in een formulier mee in je uiteindelijke beoordeling? Wat moet je doen om 'boven verwacht niveau' te behalen? En heel praktisch, hoe vul je zo’n formulier in? Welke woorden kies je? Wanneer vraag je dan feedback? Het is een groot onderdeel van de master, maar ik voelde me daarin best in het diepe gegooid.
Yaela Schrijver is een van de eerste afgestudeerden na de invoering van Programmatisch Toetsen. Hoe is dat achter de schermen gegaan?
Chantal: Programmatisch toetsen is een continue ontwikkeling. De studenten kennen inmiddels niet anders meer, maar een verandering zoals programmatisch toetsen vraagt een andere denkwijze van alle betrokkenen en vraagt tijd. De verschuiving van de focus op cijfers naar focus op het leerproces is niet altijd vanzelfsprekend. Op basis van feedback van studenten hebben we veel aangepast, zoals het verminderen van het aantal feedbackformulieren en het verbeteren van de instructies. We hebben veel geleerd door de input van studenten (en natuurlijk de werkplekbegeleiders). De veelheid aan feedback vormt de basis voor longitudinaal beoordelen en voldoende informatie is nodig om dat ook betrouwbaar te kunnen doen door de portfoliocommissie.
Ook hebben we het project ‘Floorwalkers’ opgezet om werkplekken te blijven informeren en mee te nemen in de ontwikkelingen. Het bespreken van feedback op de werkplek is niet anders dan voorheen, de focus op het leerproces is in lijn met een leven lang leren. Het is juist die focus op leren en de eigen regie van de student die als belangrijke wijziging wordt ervaren. Werkplekbegeleiders ervaren nu studenten die zich bewuster zijn van de eigen leerdoelen en ontwikkeling.
Wat had je graag anders gezien?
Yaela: Ik had graag eerder praktische tips en meer context en uitleg gehad, bijvoorbeeld van ouderejaars. Je spreekt wel met jonge arts-assistenten, maar ik had die tips liever al aan het begin van de master gehad.
Chantal: Vanaf het begin is er onderwijs voor studenten en uitleg. Daar is veel in geïnvesteerd, maar kwam niet altijd goed aan. Inmiddels hebben we best veel aangepast en gewijzigd om beter aan te sluiten bij de behoeften. Zo hebben we nu bijvoorbeeld near-peer teaching, waarbij studenten in masterfase 3 hun ervaringen kunnen delen met jongerejaars. Soms zijn de vragen die studenten hebben voor ons zo vanzelfsprekend dat we ze niet meer bedenken. Feedback zoals jij die nu geeft, is heel waardevol. We blijven daardoor met elkaar leren wat het meest helpend is voor de studenten en werkplekbegeleiders, met aandacht voor zelfregie.
Zijn er frustraties waar andere studenten ook tegenaan lopen?
Yaela: Jazeker, bijvoorbeeld als feedbackgevers de tekst van studenten aanpassen in het formulier. Dat is frustrerend, want het lijkt dan alsof je het zelf zo hebt opgeschreven, terwijl dat niet zo is. Ik merk ook dat veel studenten de tussen- en eindevaluaties echt als beoordeling beschouwen. Dat maakt het iets groots en spannends en zorgt voor onbegrip als er later toch een remediëring wordt gegeven vanuit de portfoliocommissie.
Chantal: Dat veranderen van tekst gebeurt inderdaad wel eens, helaas. Er is een apart blokje voor feedbackgevers, maar soms vullen ze per ongeluk het studentendeel aan. Technisch is dat lastig aan te passen zonder het formulier onnodig ingewikkeld en langer te maken. Wat betreft de tussen- en eindevaluaties; dat is inderdaad een belangrijk punt. We moeten blijven benadrukken dat het om longitudinaal beoordelen gaat, een evaluatie is echt een evaluatie. De beoordeling doet de portfoliocommissie uiteindelijk.
Yaela: En daarom ben ik zo blij dat ik dit soort dingen met Chantal bespreek; ik had als student heel graag willen weten, waarom ze niet ‘gewoon’ even kunnen regelen dat onze eigen tekst niet meer aangepast kan worden door feedbackgevers. En dat een eindevaluatie niet betekent dat je het coschap wel of niet ‘gehaald’ hebt.
Wat was het meest teleurstellend en wat je grootste succes?
Yaela: Vervelend was als formulieren niet geaccordeerd werden en ik daar veel achteraan moest mailen. Dat zorgt voor stress, zeker tegen het einde van een coschap of masterfase. Het grootste succes zijn de mooie complimenten die je via het feedbacksysteem krijgt, die je anders misschien niet zou horen. Het is toch anders wanneer je die feedback op schrift leest in een portfolio dan zo tussendoor mondeling een compliment krijgt.
Chantal: Dat niet snel genoeg accorderen is een begrijpelijke frustratie. Gelukkig is dat de afgelopen jaren al enorm verbeterd, na onze interventies op de achtergrond. We houden bijvoorbeeld bij hoe snel formulieren worden geaccordeerd, per ziekenhuis en per afdeling en interveniëren daarop. Voor studenten hebben we een route op Canvas gezet, voor als het accorderen niet lukt, zodat de last niet bij de student blijft liggen.
Wat levert het systeem je op, ondanks de frustraties?
Yaela: Je krijgt persoonlijke feedback op allerlei vlakken, wat zorgt voor een enorme zelfontwikkeling. Ik merk dat ik als mens en professioneel als basisarts enorm gegroeid ben. Het is spannend en heel kwetsbaar, maar uiteindelijk ben ik er heel blij mee. Als ik deze manier van opleiden vergelijk met medestudenten van andere studies dan ervaar ik dit als iets positiefs en unieks aan de master Geneeskunde. Ik denk niet dat er een opleiding is waarin je zo veel groeit en ontwikkelt. Dat heb ik mij tijdens de coschappen misschien te weinig gerealiseerd. Ik vond het toen vooral gedoe.
Voel je je goed voorbereid op de toekomst?
Yaela: Nu wel. In het begin was ik me daar niet zo van bewust, maar nu zie ik dat dit een goede voorbereiding is op de volgende stappen, zoals de medische vervolgopleiding. Als arts (niet) in opleiding heb je namelijk een soortgelijk beoordelingssysteem. Het kost zeker veel tijd en energie, maar het levert gelukkig ook veel op.
Maakt het uit of je student aan de VU of de UvA bent, nu de opleidingen steeds meer samenwerken na het fuseren van de ziekenhuizen tot het Amsterdam UMC?
Yaela: Op de werkplekken merkte ik geen verschil in begeleiding, maar er zijn wel verschillen in beoordelingssystemen en het moment waarop studenten in hun studie zitten. Uiteindelijk zou het natuurlijk niet meer uit moeten maken.
Chantal: Dat is ook ons doel. De principes van programmatisch toetsen zijn gelijk en we werken steeds meer samen. Dat is ook de richting die ons wordt gewezen door het visitatiepanel bij onze opleidingsvisitatie vorig jaar (2025). Dat onze manier van programmatisch toetsen tijdens deze visitatie zeer positief werd beoordeeld, was een fijne bevestiging van dat we goed bezig zijn.
Tot slot, heb je een tip voor toekomstige studenten?
Yaela: Vul je feedbackformulieren meteen dezelfde dag nog, in het ziekenhuis en verstuur ze met een persoonlijke mail. Ik hield een lijstje bij en turfde de verzonden formulieren af. Zo houd je het overzicht, herinnert de feedbackgever de situatie zich beter en voorkom je dat je achterloopt. Als je dan naar huis gaat kan je alles loslaten. En wees niet bang om feedback te vragen. Hou het grote doel voor ogen, je groeit er echt van!
Chantal: En weet ons te vinden, op Canvas staat veel informatie. Maar ook als er dingen onduidelijk zijn of niet lukken zoals je wil, schroom niet om contact op te nemen via de studentenservicedesk. We zijn er om jullie te helpen en ondersteunen en jullie feedback is onmisbaar voor het blijven optimaliseren van het programmatisch toetsen.