
Checklist dialoog binnen de UvA
Checklist dialoog binnen de UvA
Zes basisregels voor dialoog
1. Opschorten van aannames
Herken je eigen vooronderstellingen; over de ander, over het gespreksonderwerp, over wat ‘waar’ of ‘juist’ is. Houd deze tijdelijk ‘in de lucht’. Je hoeft ze niet los te laten of te vermijden, maar onderzoek waar ze vandaan komen. Waarom word je getriggerd en komen bepaalde gedachten op? Wees nieuwsgierig naar je eigen denken, vooral over wat de ander naar voren brengt. Wat roept dat bij jou op en waarom?
2. Wederzijdse aanwezigheid
Wees volledig aanwezig in het gesprek. Probeer de wereld te zien door de ogen van de ander. Dit betekent niet dat je het eens moet zijn, maar wel dat je echt probeert hun waarheid te begrijpen. Luister aandachtig zonder te interrumperen. De facilitator is er om ervoor te zorgen dat iedereen in het gesprek gehoord wordt.
3. Collectief denken
Ieders gedachten bij elkaar vormen het gezamenlijke gedachtengoed van de groep. Bouw voort op elkaars inzichten en expertise. Erken dat mensen verschillende niveaus van kennis hebben - dat verrijkt juist het gesprek. Door elkaar aan te horen en te accepteren, groeit het collectieve weten van de groep.
4. Veilige ruimte voor kwetsbaarheid
In de dialoog groei je met elkaar door ruimte te geven aan kwetsbaarheid. Kritisch zijn mag, maar op een onderzoekende manier, zonder te oordelen. Je mag zeggen dat je het niet weet of dat je het mis had. Zo leer je samen en wordt het geen gezichtsverlies maar een leermoment. Door je kwetsbaar op te stellen, kan ieders blik verruimen.
5. Respectvol spreken
Let op hoe je dingen formuleert. Spreek op een manier die de ander niet beschadigt. Vermijd veroordelende taal, generalisaties of aanvallen op de persoon. Spreek vanuit je eigen ervaring (“ik merk dat...”, “voor mij voelt het...”) in plaats van oordelen over de ander (“jij bent...”, “jullie doen altijd...”).
6. Vertrouwelijkheid
Wat in de dialoog gedeeld wordt, blijft binnen de groep, tenzij anders afgesproken. Dit geldt vooral voor persoonlijke verhalen en gevoelens. Je mag wel de inzichten die je opdoet meenemen en delen, maar niet wie wat precies gezegd heeft. Deze vertrouwelijkheid maakt het veilig om open te zijn.
Aandachtspunten vooraf, tijdens en na het gesprek
Voorbereiden op een gesprek
- Bedenk wat je aannames zijn over het onderwerp en de mensen.
- Vraag jezelf af: wat wil ik echt begrijpen van de ander?
- Check: ben ik bereid mijn mening bij te stellen?
Een pauze inlassen
Het is goed om je te realiseren dat je altijd even mag pauzeren. Dit is geen falen, maar juist zorg voor jezelf en het proces. Loop niet zonder uitleg weg uit het gesprek, want dan is er geen afronding en kunnen de anderen ook niets met hoe jij je voelt.
Je kunt pauzeren als:
- je merkt dat emoties te hoog oplopen
- je je je niet meer veilig of gehoord voelt
- het gesprek in cirkels draait zonder vooruitgang
- je merkt dat je alleen nog maar wilt ‘winnen’
Helemaal stoppen
Als het gesprek onveilig wordt (intimidatie, verbale agressie, het wordt je allemaal te veel) of als er geen ruimte meer is voor echte dialoog, dan is stoppen voor jou de juiste keuze. Je hoeft niet door te gaan als de basis voor dialoog er niet is. Bespreek dit wel met de facilitator, zodat die hier iets mee kan doen.