
Joost Krijnen vertrouwenspersoon op Science Park
Joost Krijnen vertrouwenspersoon op Science Park
Wie ben je en hoe ben je in deze functie terecht gekomen?

Mijn naam is Joost Krijnen en ik ben van huis uit literatuurwetenschapper. Sinds 2016 werk ik als docent en tutor bij Amsterdam University College op het Science Park. Een paar jaar geleden las ik een bericht in een UvA Nieuwsbrief waarin een hoogleraar vertelde over haar werk als vertrouwenspersoon. Zij vertelde dat zij als vertrouwenspersoon echt een steun kon zijn voor melders die ongewenste omgangsvormen hadden meegemaakt op het werk of bij hun studie. Dit sprak mij enorm aan en ik ben toen in actie gekomen om te kijken of ik dit werk ook zou kunnen doen.
Waarom ben je vertrouwenspersoon geworden?
Eén van de mooiste aspecten van werken in het universitair onderwijs is dat je echt impact kan hebben op studenten. Het geeft mij veel voldoening wanneer ik studenten kan helpen en vooruitbrengen door mijn onderwijs of door individuele begeleiding in mijn functie als tutor. De rol van vertrouwenspersoon trekt mij om dezelfde redenen aan. Ik vind het fijn wanneer ik anderen kan helpen of bijstaan, vooral wanneer zij problemen ervaren, omdat me dat het gevoel geeft dat ik daarmee zinvol en waardevol werk kan doen.
Met wat voor soort vragen of problemen kunnen medewerkers bij je terecht?
Ik ben vertrouwenspersoon op het gebied van ongewenste omgangsvormen en integriteit. Concreet gaat het bij ongewenste omgangsvormen dan om dingen zoals pesten, (verbale) agressie, discriminatie en seksuele intimidatie. En bij integriteitskwesties kan het gaan om allerlei soorten kleinere of grotere misstanden zoals bijvoorbeeld machtsmisbruik, belangenverstrengeling, diefstal, of—om iets heel specifieks te noemen—onjuiste omgang met apparatuur of chemicaliën, wat tot onveilige situaties kan leiden. Maar medewerkers en studenten kunnen zich ook melden bij een vertrouwenspersoon als ze niet zeker weten of hun ervaringen onder de noemer van ongewenste omgangsvormen of integriteitskwestie vallen. Als mensen dingen hebben meegemaakt die ze vervelend, onaangenaam, of ‘vreemd’ vonden, dan mogen ze altijd met een vertrouwenspersoon contact opnemen om in vertrouwen over deze ervaringen te praten.
Wat is een belangrijke taak van een vertrouwenspersoon?
Tijdens mijn opleiding heb ik geleerd dat goed luisteren heel belangrijk is, en dat dat makkelijker gezegd dan gedaan is. Het is bijvoorbeeld van belang om niet alleen goed te luisteren naar wat er precies gebeurd is, maar ook om aandacht te hebben en ruimte te geven aan de soms heftige emoties die met die ervaringen gepaard gaan. Goed luisteren betekent ruimte geven aan melders om hun verhaal te doen op hun eigen manier en op hun eigen tempo. En dat houdt ook in dat je zelf niet teveel moet praten, dat je stiltes durft laten vallen en ze niet zelf probeert op te vullen.
Hoe ga je om met meldingen?
Als een melding binnenkomt neem ik zo snel mogelijk contact op met de melder om een gesprek in te plannen. Zo’n gesprek noemen we een opvanggesprek en kan plaatsvinden zowel online als op locatie (b.v. op AUC). Heel belangrijk is dat alle gesprekken met een vertrouwenspersoon natuurlijk vertrouwelijk zijn! Het doel van dit eerste gesprek is om te bespreken wat er precies heeft plaats gevonden en om vast te stellen of er sprake is van ongewenste omgangsvormen of een integriteitskwestie.
De uitkomst van het gesprek is afhankelijk van de situatie en van de wensen en behoeften van de melder. Soms blijft het bij dit ene gesprek, bijvoorbeeld als een melder vooral het hart wil luchten. Soms verwijs ik de melder door naar een andere partij (de studieadviseur, de huisarts, enz.), bijvoorbeeld als er iets ander speelt dan ongewenste omgangsvormen of een integriteitskwestie. Als daar wel sprake van is, voeren we vaak op een later moment een tweede gesprek, een adviesgesprek. Tijdens dit gesprek kijken we naar de vervolgstappen die de melder zou kunnen nemen en wat de voors en de tegens van iedere optie zijn. Afhankelijk van de wensen kan ik als vertrouwenspersoon melders ook verder ondersteunen bij de gekozen vervolgstappen, zoals bijvoorbeeld een gesprek voeren met een beklaagde, of het indienen van een formele klacht.
Wat maakt jouw werk bijzonder?
Achter iedere melding zit een persoonlijk verhaal, en dat is vaak een verhaal vol sterke emoties zoals pijn, verdriet, schaamte of boosheid. Voor mensen die ongewenste omgangsvormen hebben ervaren kan het heel moeilijk zijn om daarover over te praten. Vanwege de heel persoonlijke en vaak emotionele kenmerken van iedere melding is het bijzonder wanneer mensen je in vertrouwen nemen en hun verhaal met je delen. En het is ook bijzonder wanneer je als vertrouwenspersoon een melder tot steun kan zijn, en wanneer je een rol kan spelen in het zoeken naar oplossingen.
Waarom is het belangrijk dat de FNWI aandacht besteedt aan Sociale Veiligheid?
Het mooie aan een universiteit als de onze is dat er op het hoogste niveau wordt gewerkt, gestudeerd, gedoceerd, en onderzoek gedaan, en dit allemaal in een grote en complexe organisatie, waarin heel veel en heel diverse mensen betrokken zijn. Maar tegelijkertijd zijn dit ook kenmerken die kunnen leiden tot ongewenste omgangsvormen. De ambities en belangen zijn namelijk groot, en verhoudingen tussen personen gaan vaak gepaard met grote verschillen in hiërarchie of macht (een scriptiestudent kan b.v. heel afhankelijk zijn van een begeleider). Juist omdat er bepaalde risicofactoren aanwezig zijn binnen onze organisatie is het van groot belang dat sociale veiligheid op de werkvloer hoog op de agenda staat. Ook is het van belang dat er laagdrempelige en risico-arme manieren zijn om ongewenste omgangsvormen en integriteit aan te kaarten. En dat is precies de reden dat er vertrouwenspersonen zijn.
Lees meer over de vertrouwenspersonen op de UvA.