
‘Hoe meer ik de UvA leer kennen, hoe meer er te ontdekken valt’
‘Hoe meer ik de UvA leer kennen, hoe meer er te ontdekken valt’
Is je beeld van wat een universiteit is en waartoe zij er zou moeten zijn veranderd tijdens je weg van student naar jurist, academicus en bestuurder?
'Vanuit een UvA-perspectief is dat in essentie niet veranderd. Mijn gevoel van verbondenheid met de UvA begon al tijdens mijn studententijd. Ik merkte toen al hoe betrokken mensen zijn bij onderwijs en onderzoek. Als student voel je hoeveel docenten geven om hun werk en om de wetenschap. Later, wanneer je zelf college gaat geven, ervaar je hoeveel daarbij komt kijken: hoe het voelt als studenten je aanpak niet waarderen, hoe lastig het is om de tijd tussen onderwijs en onderzoek te verdelen en hoe je je ambities in goede banen leidt — dat alles.’
‘Wat in de loop der tijd wél sterk is veranderd, is mijn besef van hoeveel werk er achter de schermen wordt verzet door de duizenden collega’s die de UvA draaiende houden. Dat besef groeide gaandeweg. Nu ik bestuurder ben, realiseer ik me pas echt dat de UvA een kleine stad is, met veel hoeken en huizen waar ik nog niet ben geweest.’
‘En universiteiten in het algemeen? De politieke frames zijn natuurlijk heel anders dan twintig jaar geleden. We komen uit een periode waarin het politieke uitgangspunt was dat we een “kenniseconomie” nodig hebben. Nu ligt de nadruk eerder op een “technologie-economie”. Zulke politieke kaders hebben altijd invloed op hoe en waar financiering beschikbaar komt. Maar onze taak om goed onderwijs te geven, verantwoord onderzoek te doen en ervoor te zorgen dat ons werk bijdraagt aan een betere samenleving, blijft onveranderd.’
Als je terugkijkt op de ruim twintig jaar sinds je voor het eerst bij de UvA kwam: wat is er dan het meest veranderd?
‘De UvA heeft een ziel die niet is veranderd. Die zit in dat kleine vonkje: “Laten we iets nieuws proberen en kijken waar het ons brengt”, en in de bereidheid van de organisatie om dat mogelijk te maken. Tegelijkertijd zijn we veel professioneler geworden in de manier waarop we ons onderwijs organiseren, ons onderzoek ondersteunen en aansluiten bij de enorme hoeveelheid kennis en ervaring die in de samenleving aanwezig is. Maar soms gaat er ook iets verloren. Misschien is het de romanticus in mij, maar soms mis ik de stapels papier die kwamen kijken bij het beoordelen van het werk van studenten – en het zien van hun handschrift.’
Wat hoop je dat er over vier jaar anders is aan de UvA, en wat moet precies hetzelfde blijven?
‘Wat hetzelfde moet blijven, is de ziel waarover ik het al had. Maar die is in de ruim twintig jaar dat ik hier ben niet veranderd, dus daar maak ik me niet zoveel zorgen over. Wat anders zou mogen? Misschien de manier waarop we elkaar over disciplines en faculteiten heen weten te vinden. Dat raakt aan onderzoeksprogramma’s en onderwijs, maar reikt ook dieper, tot in onze hele organisatie. Interdisciplinariteit is natuurlijk geen nieuw onderwerp, maar we kunnen de diepgang. Interdisciplinariteit is natuurlijk geen nieuw onderwerp, maar we kunnen de diepgang waarmee we ermee werken – en de manier waarop we die in de praktijk brengen – verder versterken.’
‘Er is een mooi artikel van Dieuwertje Luitse, promovendus aan onze Faculteit der Geesteswetenschappen, over de manier waarop we rond AI-besluitvorming in de zorg over de grenzen heen werkten van de faculteiten Geneeskunde, Natuurwetenschappen, Rechten en Geesteswetenschappen. Zij beschrijft de wrijving, het ongemak en de meningsverschillen die kwamen kijken bij de samenwerking tussen faculteiten, maar ook hoe betekenisvol dat werk en het sociale proces is – en hoe het daadwerkelijk bijdraagt aan verdiepend leren en begrip.’
Je hebt twee kinderen die bijna tieners zijn. Ben je optimistisch of pessimistisch over de wereld die zij van ons gaan erven?
‘Allebei eigenlijk. Over het algemeen ben ik een optimistisch mens. Als mensheid hebben we al zo veel kunnen bereiken: niet alleen op het gebied van kunst, vaardigheden en kennis, maar ook in het veranderen van onze sociale structuren. Nog maar zo’n 150 jaar geleden kreeg Aletta Jacobs toestemming om in Groningen te studeren. Kijk waar we nu zijn: ik ben een vrouw in een leidinggevende positie aan de universiteit – niet de eerste en ook niet de enige. Daarmee wil ik niet zeggen dat er niet nog veel vooruitgang te boeken valt. Maar de afstand die we in die anderhalve eeuw hebben afgelegd, geeft reden tot optimisme.’
‘Bij mijn eigen kinderen maak ik me vooral zorgen over geopolitieke veranderingen, het klimaat en de rol die technologie daarin speelt. Maar ook over de rol van technologie in hun sociale wereld, en wat die betekent voor hun vermogen om die wereld zó vorm te geven dat zij echt verschil kunnen maken op thema’s als klimaat, politieke tegenstellingen, ongelijkheid en armoede.’
Wat is je favoriete plek aan de UvA?
‘Zonder twijfel nog altijd de Oudemanhuispoort. Daar begon mijn reis. Onlangs liep ik collegezaal D008 binnen. Het was een warme dag, de zaal was broeierig en vol studenten, en een bevlogen docent stond voor het bord. Toen overviel me een sterk gevoel van nostalgie.’
‘Maar hoe meer ik de UvA in haar haarvaten leer kennen, hoe meer nieuwe plekken ik ontdek. Ik ben dol op de nieuwe bibliotheek: in een van die zalen zitten schrijven, omringd door boeken, is gewoon een heerlijk gevoel. Ook de bovenverdieping van het IAS en het Allard Pierson zijn prachtig – en ze hebben er goede koffie. CREA is nog altijd een fijne plek waar ik graag kom, en op het Science Park zijn leuke plekken waar je onder een grote plant heerlijk rustig kan werken. Kortom: aan de UvA is er volop keuze uit favoriete plekken.’
Je zit in een boekenclub: wat is het beste boek dat jullie daar de laatste tijd hebben besproken?
‘Ik denk niet dat ik er één kan kiezen, maar de laatste drie boeken op onze leeslijst waren "Dream Count" van Chimamanda Ngozi Adichie, "The Method" van Juli Zeh en natuurlijk Lieke Marsmans "Op een andere planeet kunnen ze me redden". Eerlijk gezegd zorgt mijn boekenclub er echt voor dat ik meer lees dan ik anders zou doen. Ik kan het iedereen van harte aanraden om er een te beginnen.’