
Presentatie Masterthese - Rianna Smeenk - Klinische Psychologie
Presentatie Masterthese - Rianna Smeenk - Klinische Psychologie
- Startdatum
- 06-03-2026 13:00
- Einddatum
- 06-03-2026 14:00
- Locatie
Roeterseilandcampus - Gebouw C, Straat: Nieuwe Achtergracht 129-B, Ruimte: GS.34. Vanwege beperkte zaalcapaciteit is deelname op basis van wie het eerst komt, het eerst maalt. Leraren moeten zich hieraan houden.
De effectiviteit en een werkingsmechanisme van schematherapie bij cluster-C persoonlijkheidsstoornissen
Cluster-C persoonlijkheidsstoornissen worden gekenmerkt door angst en verlangen naar controle, wat een variëteit aan klachten met zich mee kan brengen, waaronder oude onaangepaste schema’s, slaapproblemen en disfunctioneren. Toch wordt er nog altijd onvoldoende onderzoek gedaan naar een effectieve behandeling voor deze populatie. Daarom werd in het huidige onderzoek de effectiviteit van schematherapie in het behandelen van oude onaangepaste schema’s, slaapproblemen en disfunctioneren onderzocht en werd er ook gekeken naar een mogelijk werkingsmechanisme. 203 deelnemers met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis afkomstig van 10 behandelcentra verspreid over Nederland hebben voor dit onderzoek een jaar lang schematherapie gevolgd. Zij hebben zowel voor als na de behandeling de YSQ-SF, SLEEP-50 en WHODAS 2.0 ingevuld om de ernst van oude onaangepaste schema’s, slaapproblemen en disfunctioneren in kaart te brengen. Uit de resultaten is gebleken dat na het volgen van de behandeling, de deelnemers minder last ervoeren van zowel oude onaangepaste schema’s en slaapproblemen alsook disfunctioneren. Daarbij is gevonden dat het disfunctioneren afneemt door het verminderen van oude onaangepaste schema’s, waarbij deze relatie tevens gemedieerd wordt door de afname van slaapproblemen. Op basis van deze bevindingen lijkt schematherapie dan ook een effectieve behandeling te zijn voor individuen met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis. Echter, terwijl de klachten weliswaar afnamen na het volgen van schematherapie, zijn deze mogelijk ook na de behandeling nog altijd in een verhoogde mate aanwezig, vergeleken met een algemene populatie. Hoewel deze bevindingen bijdragen aan het vinden van een effectieve behandeling voor individuen met een cluster-C persoonlijkheidsstoornis, zal er verder onderzoek nodig zijn om de effectiviteit en het werkingsmechanisme van schematherapie te bevestigen.