
Presentatie Masterthese - Pleun Schouten - Ontwikkelingspsychologie
Presentatie Masterthese - Pleun Schouten - Ontwikkelingspsychologie
- Startdatum
- 22-06-2026 13:00
- Einddatum
- 22-06-2026 14:00
- Locatie
Gedetineerde jongeren vertonen vaker agressief gedrag en middelengebruik dan jongeren in de algemene bevolking. Eerder onderzoek suggereert dat vooral reactieve agressie samenhangt met cannabisgebruik. Reactieve agressie is een impulsieve en emotionele reactie op frustratie of dreiging. Daarnaast wordt verondersteld dat cognitieve inhibitie hierbij een rol speelt. Dit is het vermogen om impulsen te onderdrukken en gedrag te reguleren. Ook het persoonlijkheidskenmerk sensation seeking zou dit proces kunnen versterken. Het doel van dit onderzoek was om te onderzoeken hoe reactieve agressie samenhangt met cannabisgebruik bij gedetineerde jongeren. Daarbij werd onderzocht of cognitieve inhibitie deze relatie medieert en of sensation seeking deze mediatie modereert. Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van 539 gedetineerde jongeren uit zeven Nederlandse justitiële jeugdinrichtingen. Reactieve agressie werd gemeten met de Reactive Proactive Questionnaire (RPQ). Cannabisgebruik werd gemeten met de Cannabis Use Disorder Identification Test-Revised (CUDIT-R). Cognitieve inhibitie werd gemeten met de Short Stroop Task en sensation seeking met de Substance Use Risk Profile Scale (SURPS). De gegevens werden geanalyseerd met een gemodereerde mediatie-analyse. Resultaten lieten zien dat meer reactieve agressie samenhing met meer cannabisgebruik. Tussen cognitieve inhibitie en de overige variabelen werd echter geen verband gevonden. Cognitieve inhibitie medieerde de relatie tussen reactieve agressie en cannabisgebruik daarom niet. Ook sensation seeking modereerde dit proces niet. De bevindingen suggereren dat reactieve agressie een belangrijke rol speelt bij cannabisgebruik onder gedetineerde jongeren. De rol van cognitieve inhibitie bleek kleiner dan op basis van de literatuur werd verwacht. Een mogelijke verklaring is dat de Stroop-taak koude inhibitie meet. Voor deze processen is vermoedelijk juist warme inhibitie van belang. Vervolgonderzoek kan zich daarom richten op maten die warme inhibitie beter in kaart brengen. |