
Presentatie Masterthese - Michelle Jansen - Klinische Psychologie
Presentatie Masterthese - Michelle Jansen - Klinische Psychologie
- Startdatum
- 23-06-2026 11:00
- Einddatum
- 23-06-2026 12:00
- Locatie
Wereldwijd doet ongeveer 22% van de adolescenten aan niet-suïcidaal zelfverwondend gedrag (NSSI). Eerder onderzoek toont aan dat identiteitsverwarring samenhangt met NSSI, maar er is nog weinig bekend over de rol van identificatie met NSSI in deze relatie. Het huidige onderzoek onderzocht de mediërende rol van identificatie met NSSI in de relatie tussen verstoorde identiteit en de frequentie van NSSI bij jongvolwassenen. Dit werd onderzocht in een cross-sectioneel onderzoek met 440 jongvolwassenen (17-32 jaar) die minstens één keer aan NSSI hadden gedaan. Verstoorde identiteit werd gemeten met de Self-Concept and Identity Measure (SCIM), NSSI-frequentie met de Inventory of Statements About Self-Injury (ISAS) en identificatie met NSSI met een single-item vraag. Er werd een mediatieanalyse uitgevoerd met bootstrapping, waarbij gecontroleerd werd voor leeftijd en geslacht. De resultaten lieten zien dat verstoorde identiteit niet direct samenhing met NSSI-frequentie, maar dat er wel een significant indirect effect was via identificatie met NSSI. Jongvolwassenen met een meer verstoorde identiteit identificeerden zich vaker met NSSI, wat op zijn beurt samenhing met een hogere NSSI-frequentie. Deze bevindingen bieden een eerste empirische onderbouwing voor de rol van identificatie met NSSI in de relatie tussen verstoorde identiteit en NSSI, en suggereren dat het in therapeutische settings zinvol kan zijn om aandacht te besteden aan de mate waarin iemand NSSI als onderdeel van de eigen identiteit beschouwt. Toekomstig longitudinaal onderzoek is nodig om de causaliteit en richting van deze verbanden verder te onderzoeken. |