student.uva.nl
Welke opleiding volg je?
Welke opleiding volg je?
Colloquiumpunten

Presentatie Masterthese - Britt Dillisse - Klinische Psychologie

Colloquiumpunten

Presentatie Masterthese - Britt Dillisse - Klinische Psychologie

Laatst gewijzigd op 16-06-2026 16:36
De relatie tussen ervaren behoeftevervulling en emotionele spanning bij herinneringen na imaginaire rescripting: De mediërende rol van schuld en schaamte
Toon informatie voor jouw opleiding
Welke opleiding volg je?
of
Startdatum
23-06-2026 14:00
Einddatum
23-06-2026 15:00
Locatie

Negatieve autobiografische herinneringen spelen een belangrijke rol bij de ontwikkeling en instandhouding van psychopathologie. Imaginaire Rescripting (ImRs) is een veelbelovende interventie gericht op de verwerking van dergelijke herinneringen en wordt in verband gebracht met een afname in emotionele spanning bij het oproepen van de herinnering. 

Hoewel de effectiviteit van ImRs in zowel klinische als niet-klinische populaties veelvuldig is aangetoond, zijn de werkingsmechanismen grotendeels onbekend. Een theoretisch verondersteld mechanisme is het vervullen van emotionele behoeften die tijdens de oorspronkelijke gebeurtenis onvervuld bleven, wat verondersteld wordt samen te hangen met veranderingen in de emotionele betekenis van de herinnering. 

Er werd verwacht dat schuld en schaamte een rol spelen in het werkingsmechanisme, aangezien deze emoties voortkomen uit de wijze waarop een gebeurtenis wordt geïnterpreteerd en daardoor gevoelig zijn voor de betekenisverandering die behoeftevervulling tijdens ImRs faciliteert. 

De huidige studie onderzocht of ervaren behoeftevervulling na één sessie ImRs via veranderingen in schuld en schaamte samenhing met emotionele spanning bij het oproepen van een negatieve herinnering. Aan de studie namen 70 participanten uit een niet-klinische studentenpopulatie deel die één sessie ImRs ondergingen op basis van het protocol van Arntz en Weertman (1999). Schuld, schaamte en emotionele spanning werden gemeten voor (T1), direct na (T2) en één week na de interventie (T3). 

Ervaren behoeftevervulling werd gemeten op T2. Een parallelle mediatieanalyse bood geen ondersteuning voor dit mediatiemodel. Wel hingen veranderingen in schuld en schaamte significant samen met veranderingen in emotionele spanning. De bevindingen wijzen op de therapeutische relevantie van schuld en schaamte in de context van ImRs, ook buiten klinische settings. Toekomstig onderzoek met een verbeterde operationalisatie van behoeftevervulling en een controlegroep is noodzakelijk om de rol van behoeftevervulling als werkingsmechanisme verder te onderzoeken.