
Masterthesepresentatie - Ilja van Stuivenberg - Brein & Cognitie
Masterthesepresentatie - Ilja van Stuivenberg - Brein & Cognitie
- Startdatum
- 29-10-2026 13:00
- Einddatum
- 29-10-2026 14:00
- Locatie
Symptomen van licht traumatisch hersenletsel (LTH) houden bij een deel van de populatie langdurig aan. Een mogelijke verklaring hiervoor biedt het vrees-vermijdingsmodel (FAM). Volgens dit model kunnen catastroferende gedachten en vrees-vermijdingsgedrag leiden tot depressieve klachten, verminderde mentale activiteit en functionele beperkingen, waardoor symptomen blijven voortbestaan. De huidige studie onderzocht de toepasbaarheid van het FAM bij patiënten met aanhoudende symptomen van LTH binnen de Nederlandse medisch-specialistische revalidatie.
Dit cross-sectionele onderzoek includeerde 149 patiënten met LTH-gerelateerde symptomen die langer dan drie maanden aanhielden. Met correlatie- en regressieanalyses werden de relaties tussen de FAM-elementen en uitkomstmaten depressie, disuse (mentale activiteit) en disability (functionele beperkingen) onderzocht. Exploratief werd disuse tevens geoperationaliseerd als verschil in activiteitenniveau sinds het letsel.
Resultaten ondersteunden het FAM gedeeltelijk. Aanhoudende symptomen en catastroferende gedachten hingen onafhankelijk samen met depressie. In de hoofdanalyse hing alleen depressie onafhankelijk samen met disuse. Zonder correctie voor depressie hingen aanhoudende symptomen en catastroferende gedachten wel onafhankelijk samen met disuse. Vrees-vermijdingsgedachten hingen niet onafhankelijk samen met de uitkomstmaten. Exploratief bleken deze gedachten sterker samen te hangen met het verschil in activiteitenniveau sinds het letsel dan met het activiteitenniveau ten tijde van het onderzoek.
Deze studie ondersteunt de relevantie van het FAM als mogelijk verklaringsmodel voor aanhoudende LTH-symptomen. De bevindingen bieden aanknopingspunten voor de klinische toepasbaarheid van het model, waarbij verdere exploratie van de rol van depressie en de operationalisatie van disuse kan bijdragen aan de klinische bruikbaarheid ervan. Vervolgonderzoek blijft nodig om de toepasbaarheid van het FAM binnen de behandeling van aanhoudende LTH-symptomen te evalueren.