Lezing - I believe in us: A field study on joint action tasks and climate action. - Timofei Grossmann - Klinische PSY
- Startdatum
- 01-05-2026 15:00
- Einddatum
- 01-05-2026
- Locatie
Roeterseilandcampus - Gebouw G, Straat: Nieuwe Achtergracht 129-B, Ruimte: GS.05.
Klimaatverandering is een urgente mondiale uitdaging die zowel de ecologische duurzaamheid als het psychologisch welzijn beïnvloedt, waardoor het essentieel is om effectieve manieren te identificeren om publieke betrokkenheid bij klimaatactie te bevorderen. Een groeiend aantal laboratoriumstudies suggereert dat interventies gericht op gezamenlijke actie klimaatactie kunnen vergroten. Deze studie onderzocht of deelname aan een gezamenlijke actie in een realistische context de algemene intentie tot klimaatactie sterker zou vergroten dan een actieve controlegroep, en of dit effect kon worden verklaard door overtuigingen over collectieve handelingskracht op maatschappelijk niveau en eco-angst.
In een gerandomiseerd veldexperiment werden deelnemers toegewezen aan óf een gezamenlijke opruimactiviteit van zwerfafval, óf een groepswandeling met discussie over zwerfafval en klimaatverandering. Pre- en post-interventie enquêtegegevens van n = 54 deelnemers werden geanalyseerd met behulp van metingen van klimaatactie-intentie, collectieve handelingskracht en eco-angst. De resultaten toonden aan dat de intentie tot klimaatactie niet significant toenam in de gezamenlijke actieconditie vergeleken met de actieve controlegroep. Daarnaast medieerden noch collectieve handelingskracht noch eco-angst de relatie tussen conditie en klimaatactie-intentie na de interventie.
Deze bevindingen scherpen de aandacht voor een centrale uitdaging bij het ontwikkelen van betrouwbare interventies voor gezamenlijke actie in de praktijk: veranderingen die met kleinschalige interventies worden beoogd, zijn mogelijk moeilijk te vertalen naar bredere maatschappelijke overtuigingen en meer algemene intenties tot klimaatactie. De resultaten benadrukken het belang van het testen van klimaatinterventies onder ecologisch valide omstandigheden en het begrijpen van de onderliggende psychologische mechanismen van pro-milieugedrag. Toekomstig onderzoek kan gebruikmaken van grotere steekproeven, meer proximale gedragsuitkomsten en metingen gericht op verschillende niveaus van overtuigingen.