Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Drie Nobelprijswinnaars voor de Scheikunde - W.E. Moerner (2014), Arieh Warshel (2013) en Roald Hoffmann (1981) - zetten met hun komst naar Amsterdam het twintigjarig bestaan van de Holland Research School of Molecular Chemistry (HRSMC) luister bij. In hun voordrachten tonen de drie zich eensgezind in het bepleiten van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Karen Maex, decaan van de bètafaculteiten van de UvA en de VU, sluit zich bij de Nobelprijswinnaars aan.

Lecture by W.E. Moerner
Photo by Hanne Nijhuis
W.E. Moerner (foto's: Hanne Nijhuis, FNWI)

Moerner, die in december de Nobelprijs ontvangt, vertelt dat zijn onderzoek volstrekt niet gericht was op de toepassing die hem de prijs heeft opgeleverd. Met zijn methode voor de optische identificatie van één enkel molecuul was Moerner cruciaal voor de ontwikkeling van nieuwe super-microscopen. Tegenwoordig brengen moleculaire onderzoekers daarmee de kleinste details van cellulaire processen in kaart. Dat biedt nieuwe aanknopingspunten voor de bestrijding van kanker en andere levensbedreigende ziekten. Moerner had dat niet kunnen bedenken toen hij in 1989 een idee had over een toepassing op het gebied van dataopslag. Hij was destijds vooral geïnteresseerd in de fundamentele vraag of de detectie van individuele moleculen überhaupt mogelijk was. ’Velen beschouwden het als onmogelijk en zagen mijn onderzoek als roekeloze tijdsverspilling. Toen het toch lukte, was dat voor allerlei onderzoekers een enorme stimulans om er iets mee te doen. Zeventien jaar later hadden we de beschikking over super-resolutiemicroscopie’. 

Dat veel landen tegenwoordig vooral onderzoek financieren waarbij zich aan de horizon al een toepassing aftekent, vindt Moerner een ongewenste ontwikkeling. ’Alleen met een stabiele, langdurige ondersteuning van fundamenteel onderzoek kunnen wetenschappers dromen over dingen die nog zijn niet gedaan, en werkelijk de grenzen van wat mogelijk is verleggen.’ 

Geen iPhone zonder halfgeleider

Arieh Warshel, die vorig jaar de Nobelprijs won, valt Moerner bij: ‘De halfgeleider is niet uitgevonden omdat iemand zich een iPhone voorstelde. Zo is ook de ontdekking van de structuur van DNA vooral te danken aan de motivatie van de onderzoekers om een uitdagend intellectueel probleem op te lossen en niet om genetische aandoeningen te kunnen genezen. Steun voor fundamenteel onderzoek vormt de garantie voor technologische vooruitgang.’ 

FNWI Chemistry Tour, Arieh Warshel (links), Roald Hoffmann
Arieh Warshel (links) en Roald Hoffmann

Experimentele moed

Roald Hoffmann, winnaar van de Nobelprijs in 1981, blijkt uitstekend op de hoogte van de Nederlandse wetenschap. ‘Die werd ooit vrijwel vereenzelvigd met de prestaties en producten van bedrijven als Shell en Philips. Achter die bedrijven staken immers decennia van fundamenteel onderzoek in de scheikunde en de natuurkunde. Denk aan Van 't Hoff, Kamerlingh Onnes en andere Nederlandse topwetenschappers. De bedrijven van de toekomst zullen producten maken gebaseerd op nieuwe materialen. Dat is geen kwestie van chemicaliën van de plank pakken en dingen uitproberen, maar van gericht ontwerp. Dat vereist een combinatie van chemische en natuurkundige intuïtie met experimentele moed’, besluit Hoffmann. ‘Wetenschappers in Nederland verdienen de aanmoediging en ondersteuning van zowel de overheid als de industrie.’

Sleutel tot vernieuwing 

Decaan Maex sluit zich aan bij de observaties van de Nobelprijswinnaars. Ze benadrukt dat de sleutel tot vernieuwing en vooruitgang op de moleculaire schaal ligt. ‘Juist daar is de fundamentele kennisbasis onontbeerlijk. Op het niveau van moleculen zien we de grenzen tussen disciplines als chemie, natuurkunde, biologie, biotechnologie en materiaalkunde verdwijnen en een groeiende interdisciplinariteit en kruisbestuiving ontstaan.’

Karen Maex at the 20th HRSMC symposium
Karen Maex

Wie streeft naar echte innovatie en het versterken van het concurrentievermogen van industriële sectoren kan volgens Maex niet zonder fundamenteel onderzoek. ‘Het gaat daarbij niet alleen om technologie, maar om de hele keten, van cradle to cradle. In iedere stap van dit proces is creativiteit nodig, serendipiteit, out-of-the-box-denken. Dat zijn allemaal karakteristieken van fundamentele wetenschap. Daarom kan duurzame innovatie nooit zonder een sterke basis in fundamenteel onderzoek.’