Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Als je échte wetenschap wil bedrijven, kan dat alleen maar integer, stelt Ed van Bavel, een van de vijf vertrouwenspersonen wetenschappelijke integriteit van de UvA. Zijn collega Annette Groot is het daar roerend mee eens: ‘Als je niet integer te werk gaat zou je collega’s op het verkeerde spoor kunnen zetten en daarmee belemmer je wetenschappelijke vooruitgang. De formulering van C.S. Lewis - integrity is doing the right thing even when no one is watching – omschrijft kernachtig wat we ook van onze wetenschappers mogen verwachten.’

Gevraagd naar zijn definitie van wetenschappelijk integer te werk gaan, komt Ed met een persoonlijke anekdote. ‘Als reviewer kreeg ik een keer een manuscript voor ogen met een discussie waar geen eind aan kwam. Dat moest echt korter, maar in die discussie werd er zeker 10 keer naar artikelen van mijn hand verwezen. Heel goed voor mijn eigen citatiescore dus. Toen zat er wel even een duiveltje op mijn schouder. Op zulke momenten word je uitgedaagd om écht integer te werk te gaan. Dat wil zeggen eerlijk, zorgvuldig, transparant, onafhankelijk en verantwoordelijk. Doe je dat niet, dan ben je niet integer bezig.’

‘Dat zijn inderdaad de vijf principes die invulling geven aan professioneel wetenschappelijk handelen’, vult Annette aan. ‘Die staan in de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit.

Dus de definitie van wetenschappelijke integriteit is voor iedereen hetzelfde?

‘Het normatieve kader wel ja, maar er zijn ook randgevallen’, gaat Annette verder. ‘Er meldt zich wel eens iemand bij mij die het oneens is met de auteursvolgorde van een publicatie, maar het is niet altijd even duidelijk hoe de verschillende bijdragen aan de totstandkoming van een publicatie gewogen moeten worden. Het kan hier dus gaan om verschil van inzicht tussen de auteurs’. ‘Maar bijvoorbeeld het systematisch meeliften als auteur door een afdelingshoofd dat niets heeft bijgedragen is een vorm van schending van de wetenschappelijke integriteit, vooral ook omdat iemand in die positie beter zou moeten weten’, vult Ed aan.

Wat zijn de ernstigste vormen van schending?

‘De ernstigste vormen van schending zijn fabricatie en falsificatie van gegevens’ legt Ed uit. Dat zijn onmiskenbaar doodzondes. Als je data fabriceert of falsificeert zet je jouw collega’s willens en wetens op het verkeerde spoor. In mijn vakgebied heeft dat zelfs consequenties voor patiëntenzorg. Plagiaat is ook een hoofdzonde in de wetenschap. Dit drietal schendingen, dat we kennen als ‘FFP’, schaadt de voortgang en het aanzien van de wetenschap enorm. Maar naast zulke echte schending is ook ‘sloppy science’ een bedreiging. Bijvoorbeeld een niet goed doordachte onderzoeksopzet of slecht beheer van wetenschappelijke data. Per geval minder ernstig, maar het komt wel veel vaker voor.’

‘Belemmeringen van wetenschappelijke vooruitgang zijn echt een doodzonde’, gaat Annette verder. ‘Wetenschappers zijn niet op aarde ter meerdere eer en glorie van zichzelf, maar voor het vooruitbrengen van kennis. Dat moet je als wetenschapper in al je vezels voelen. En ook naar buiten toe uitstralen. Als je weet dat iemand de boel loopt te belazeren bijvoorbeeld, dan is het ook aan jou om daar iets over te melden. Anders ben je nalatig en daarmee ook verwijtbaar bezig.’

Hoe kan het dan dat wetenschappers toch tot schending overgaan?

‘De praktijk leert dat schendingen van wetenschappelijke integriteit bijna nooit op zichzelf staan’, verzucht Ed. ‘Vaak is er sprake van een combinatie van factoren of zit iemand überhaupt al in de problemen. Wetenschappelijke integriteit grenst ook regelmatig aan sociale veiligheid. Denk bijvoorbeeld aan een promovendus die door zijn of haar promotor wordt aangezet tot schendingen, zoals druk uitoefenen op mogelijke proefpersonen om mee te doen aan een studie. Dan moet je als promovendus sterk in je schoenen staan om je rug recht te houden.’

Annette vult aan: ‘er zitten een aantal perverse prikkels in ons wetenschappelijke systeem. De druk om te publiceren is hoog en wetenschappelijke tijdschriften zijn meestal niet geïnteresseerd in replicatiestudies of studies zonder aansprekende resultaten. Ook krantenredacties willen graag een ronkende kop boven een artikel. Maar wetenschappelijke resultaten zijn gewoon niet altijd even spannend. Om dan toch te kunnen publiceren kan de verleiding groot zijn de resultaten wat smeuïger of stelliger te presenteren dan gerechtvaardigd is. Met die druk moet je dus integer leren omgaan.’

Is er überhaupt genoeg aandacht voor wat wetenschappelijke integriteit is?

‘Nog niet voldoende’, zeggen Ed en Annette in koor.  Ed licht toe: ‘Bij de meeste bacheloropleidingen bijvoorbeeld wordt er zegge en schrijve een paar uur aan besteed in een mentorklasje, maar dat is het dan eigenlijk wel zo’n beetje. Studenten weten meestal wel wat plagiaat is en waar de scanner zit, zodat ze zelf kunnen checken of ze binnen de normen blijven, maar de grotere vragen over wat het inhoudt om wetenschappelijk integer te werk gaan worden daarmee natuurlijk niet beantwoord.’

Zou iedereen dan de gedragscode uit het hoofd moeten kennen?

‘Integer te werk gaan is natuurlijk iets wat je meestal op intuïtie doet, geeft Ed toe. ‘Professioneel wetenschappelijk handelen doen mensen hopelijk uit zichzelf, maar soms kan het verhelderend zijn om de gedragscode er even bij te pakken. Het is echt een heel goed stuk met onder andere een set van 61 kraakheldere normen.’

Wat is jullie rol dan, als vertrouwenspersonen wetenschappelijke integriteit?

‘Vragen beantwoorden, mensen informeren en adviseren, bemiddelen bij conflicten en waar nodig helpen bij het indienen van een klacht bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit, somt Annette op. ‘We willen daarbij als heel benaderbaar en laagdrempelig gezien worden. Een gesprek met ons is altijd volkomen vertrouwelijk. Het kan eigenlijk nooit kwaad om langs te komen.’

‘Ik probeer daarnaast ook tijd vrij te maken om cursussen te geven over wetenschappelijke integriteit’, neemt Ed over. ‘Ik zie het ook als onze plicht om proactief bezig te zijn met het bevorderen van wetenschappelijk integer werken.’

Zijn jullie daarmee de poortwachters van de wetenschappelijke integriteit?

‘Ach, zo zou je ons kunnen noemen’, zegt Ed, ’dan heb je een leuke kop bij dit artikel, maar in feite is iedereen die met wetenschap bezig is natuurlijk poortwachter van zijn of haar eigen integriteit. ‘En daarmee poortwachter van algemene wetenschappelijke vooruitgang, vult Annette aan’