Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Tutoraat (bachelor)

Aan de Faculteit der Geesteswetenschappen heeft elke opleiding een tutoraat als onderdeel van de studiebegeleiding. De functie van het tutoraat is het leveren van structurele feedback op studiegedrag, -prestaties en -keuzes en het bevorderen van de sociale binding tussen studenten en de opleiding.

Iedere student krijgt een docent als tutor toegewezen die de studievoortgang in individuele gesprekken en soms groepsbijeenkomsten bespreekt. Voor deze gesprekken of bijeenkomsten worden studenten door hun tutor of de studieloopbaancoördinator van hun opleiding uitgenodigd.

Rol en taken van de tutor

De tutor is het eerste aanspreekpunt voor de (vak-)inhoudelijke aspecten van de studie. Een tutor onderscheidt zich van de studieadviseur of studentenpsycholoog door zijn/haar rol als docent en kennis van de (vak-)inhoud van de studie.
De voornaamste taak van de tutor is het bespreken van je studievoortgang en -keuzes en feedback daarop. Daarnaast heeft de tutor een verwijzende functie. Bij bijvoorbeeld ernstige studievertraging, (tweede-)taalproblemen, financiële of persoonlijke problemen, verwijst de tutor een student door naar de studieadviseur.

Tutorgesprekken propedeuse

In de propedeuse zijn er twee tot drie tutorgesprekken.
Het eerste tutorgesprek gaat over je verwachtingen van de studie, je studievoortgang, behaalde resultaten en mogelijke struikelblokken. Ook bespreek je de doorstroom naar het tweede semester, de inhoud van het onderwijsprogramma, het bindend studieadvies (BSA) en de overige ingangseisen van vakken in het tweede jaar.

Ook in het tweede tutorgesprek wordt gesproken over je studieresultaten. In deze fase heb je een studieadvies van de opleiding ontvangen dat je met je tutor kan bespreken. Dit gesprek kan verder gaan over de invulling van je keuzeruimte, eventuele plannen voor studeren in het buitenland, stage lopen of een honoursprogramma. Bij tegenvallende studieresultaten bespreek je de mogelijke oorzaken hiervan; tevens wordt ingegaan op het realistisch gehalte van plannen om de studie voort te zetten.

Tutorgesprekken in de postpropedeuse

In het tweede en derde studiejaar worden per jaar één of twee tutorgesprekken gevoerd.
Opnieuw is het doel van deze gesprekken om te reflecteren op studiekeuzes, verwachtingen, studievoortgang en mogelijke struikelblokken. Ook word je op basis van je interesses en toekomstperspectief gestimuleerd om je studie inhoudelijk af te stemmen op je interesses en toekomstperspectief.

In het tweede jaar bespreekt de tutor de keuze voor verdiepingsvakken en de invulling van keuzevakken en eventuele plannen voor studeren in het buitenland of stage lopen.

In het derde jaar komen je studievoortgang en de eventuele studieachterstand aan de orde. Ook wordt ingegaan op de voorbereiding van de scriptie. Heb je al nagedacht over een onderwerp en wat zijn mogelijke struikelblokken bij het schrijven van de scriptie? Weet je al wat je na je bachelor gaat doen? De arbeidsmarkt op of een master volgen?

Studentendossier

Per student wordt een digitaal dossier opgebouwd, dat zowel dient voor de input van de tutorgesprekken als voor de verslaglegging ervan. De informatie uit het intakeformulier dat je voorafgaande aan de start van de opleiding hebt ingevuld, is het begin van het studentendossier.
Gesprekken vinden plaats aan de hand van dit dossier, dat de tutor, studieloopbaancoördinator en de studieadviseur tijdens je studieloopbaan aanvullen met behaalde studiepunten, tentamenresultaten, notities, studieschema’s, -beoordelingen en -adviezen.

Vertrouwelijkheid

De tutor gaat altijd vertrouwelijk om met informatie die je met hem of haar deelt.
Van vertrouwelijke informatie (bijvoorbeeld over problemen in de privésfeer) wordt geen verslag gedaan. Als het relevant is voor de studievoortgang, meldt de tutor alleen dat er ‘persoonlijke omstandigheden’ zijn en of de student is doorverwezen naar de studieadviseur.