Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Het effect van verkleinwoorden op tekst

door: Eveline Boetes

Verkleinwoorden: Nederlanders zijn er dol op. De naam zegt het al; verkleinwoorden maken woorden ‘kleiner’. Dit is echter niet het enige effect dat het Nederlandse verkleinwoord kan hebben. Denk bijvoorbeeld aan: ‘Een glaasje wijn per dag is toch gezond?’ (Libelle, december 2015, p. 46). Een glas wijn klinkt toch anders dan een glaasje wijn, terwijl het natuurlijk niet om een extra klein glas gaat. Door het woord te verkleinen wordt er iets extra’s overgebracht. Juist deze eigenschap van het verkleinwoord is interessant voor schrijvers van teksten voor bijvoorbeeld vrouwentijdschriften. Hierin worden regelmatig bijvoorbeeld gezellige activiteiten beschreven, iets waarvoor het verkleinwoord zich uitstekend leent.

Het verkleinwoord van vroeger tot nu

Om te beginnen een korte kennismaking met ons diminutief. Het Nederlands onderscheidt veel meer verschillende vormen van verkleinwoorden dan andere talen. Een mogelijke, maar ook een beetje een flauwe verklaring voor de rijke verscheidenheid aan verkleinwoorden die weleens gegeven wordt, is het feit dat Nederland een klein land is (Shetter, 1959). Maar of dat nu een geldige verklaring is?

Het Nederlandse verkleinwoord bestaat al eeuwenlang. In een publicatie van Van Loey uit 1970 staat beschreven dat de eerste verkleinwoorden al in het Middelnederlands te vinden zijn (vanaf de 12e eeuw), maar vanaf de late middeleeuwen begon het aantal diminutieven toe te nemen (Hüning, 2013). In Gouden Eeuw floreerde het diminutief pas echt: niet alleen de mensen werden toen rijker, maar ook de verscheidenheid aan verkleinwoorden (Shetter, 1959). De meest voorkomende uitgang voor verkleinwoorden toen was -kijn (Hüning, 2013). Tegenwoordig eindigen verkleinwoorden met -je, -tje, -etje, -pje en -kje (Bovenhoff et al.,2012). Verder zijn er nog twee uitgangen die alleen voorkomen bij bepaalde dialecten in het Nederlands, zoals -ke (meiske) en -ie (koekie) (Shetter, 1959). Naast het verkleinen van zelfstandig naamwoorden (tafeltje), kunnen ook bijvoeglijk naamwoorden (kleintje of zachtjes), en werkwoorden (slaapje, praatje) vervormd worden tot verkleinwoord (Bakema et al., 1993).

Denotatie en connotatie bij verkleinwoorden

Een diminutief heeft verschillende effecten. Ten eerste kan het verkleinwoord het effect hebben van verkleinen; een tafeltje betekent niets meer dan een kleine tafel. Dit heeft te maken met het begrip denotatie, wat de vast omschreven betekenis van een woord is (Den Boon & Geeraerts, 2005). Naast deze denotatie, kan een verkleinwoord ook een connotatie hebben: ‘de met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) buiten de eigenlijke betekenis’ (Den Boon & Geeraerts, 2005) en (Shetter, 1959). Hoe vaak er niet een foto op Facebook verschijnt met het onderschrift: ‘met mijn lieve vriendinnetjes’, terwijl het toch echt om meiden van rond de twintig gaat, met normale lengte overigens. Aan het woord ‘vriendinnetjes’ is een liefkozende connotatie verbonden. Hiermee valt dit woord onder de categorie van verkleinwoorden voor genegenheid (Shetter, 1959).

Connotaties van verkleinwoorden in tijdschriftartikelen

Door de connotatie van bepaalde verkleinwoorden wordt iets extra’s overgebracht, bijvoorbeeld genegenheid, zonder dat dit letterlijk met zoveel worden gezegd of geschreven wordt. Het gebruiken van een verkleinwoord kan zogezegd bijdragen aan de ‘sfeer’ die een schrijver met een uitspraak of tekst wil overbrengen. Verder kan eenzelfde verkleinwoord verschillende connotaties in verschillende situaties hebben. Het tonen van genegenheid is zojuist al genoemd, maar er zijn nog meer connotaties, waarvan enkele hieronder aan de hand van voorbeelden uit de tijdschriften LINDA. en Libelle worden besproken.   

Connotatie van gezelligheid

Een van de meest voorkomende connotaties bij verkleinen is dat de verkleining duidt op gezelligheid (Shetter, 1959). Door woorden te verkleinen ontstaat volgens Shetter (1959) een bepaalde mate van intimiteit en huiselijkheid die kenmerkend is voor de middenklasse in Nederland. Voorbeelden hiervan zijn: ‘Dan spaart u voor kortingen op leuke spullen en dagjes uit’ (Libelle, december 2015, p.22) en ‘Het kan gebeuren dat we net een gezellig weekendje samen hebben gepland (…)’ (Astrid Kersseboom in Libelle, december 2015, p. 24). Hoewel zulke weekendjes weg misschien sneller voorbijgaan dan ‘normale’ weekenden door alle gezelligheid, duren ze toch echt even lang. Het verkleinen van het woord draagt bij aan de sfeer die past bij de strekking van de zin, namelijk gezelligheid, intimiteit en het doen van leuke dingen.

Denigrerende connotatie

Ten tweede kan een verkleinwoord ook een denigrerende connotatie hebben: Door het woord te verkleinen lijkt het alsof iets weinig voorstelt, onbelangrijk of onbenullig is (Shetter, 1959). Een voorbeeld hiervan: ‘(…) ja, die zit wat beteuterd te kijken als het leven zich ineens beperkt tot het pureren van wortelen en een dagelijks wandelingetje naar de eendjes (Saskia Noort in LINDA., december 2015, p.45). Door ‘wandeling’ te verkleinen, klinkt het nog onbenulliger, wat goed past bij de strekking van de zin: activiteiten waardoor je ‘beteuterd’ gaat kijken en dus niet echt leuk zijn. Dit is tevens een goed voorbeeld van een verkleinwoord dat diverse connotaties kan hebben, afhankelijk van de situatie. ‘Wandelingetje’ klinkt in bovenstaand voorbeeld denigrerend, maar duidt in het voorbeeld hieronder juist op gezelligheid en genieten: ‘Maak een wandelingetje in het park’ (Laura Hiddinga op LibelleDaily, bezocht op 28 maart 2016). Dit artikel gaat over manieren om je vrije tijd te besteden, en het wandelingetje valt hier dus onder leuke activiteiten.  

Verkleinwoord als eufemisme

Een verkleinwoord kan ook een eufemisme zijn: een verhullende uitdrukking (Den Boon & Geeraerts, 2005). Door verkleining lijken de zaken minder erg (Shetter, 1959). ‘Waar nog bij komt dat er aardig wat spulletjes tussen zitten (…)’ (Tineke Beishuizen in Libelle, december 2015, p.22). Tineke schrijft over wat zij allemaal op haar zolder bewaart. Door ‘spulletjes’ te gebruiken, lijkt alsof de rommel minder erg is, of minder veel dan in werkelijkheid. De spulletjes hoeven niet per se letterlijk klein te zijn (denotatie), maar door verkleining lijkt de rommel minder erg (connotatie). Een ander voorbeeld is: ‘Een kuchje of toch bronchitis?’ (Libelle, december 2015, p. 108). Er bestaat niet zoiets als een ‘kleine hoest’, dus heeft dit ‘kuchje’ toch een andere betekenis. Een ‘kuchje’ klinkt niet zo ernstig, en lijkt zo minder erg.

Andere vormen

Opvallend is dat veel Nederlandse uitdrukkingen verkleinwoorden bevatten. Een voorbeeld hiervan is: ‘Ik ben ook niet iemand die de kantjes eraf loopt’ (Linda de Mol in LINDA, december 2015, p.1).  Verder kan een verkleinwoord ook als functie hebben het tonen van bescheidenheid (Shetter, 1959).

Maak je tekst af met verkleinwoorden

Bovenstaande voorbeelden zijn slechts een kleine greep uit het rijkdom der verkleinwoorden dat het Nederlands kent. Door middel van de voorbeelden is geïllustreerd hoe een schrijver verkleinwoorden kan gebruiken om verschillende nuances en gevoelens over te brengen. Diezelfde nuances en gevoelens zorgen ervoor dat de boodschap net even iets beter overkomt op de lezer. Gewoon, omdat op een terrasje in het zonnetje zitten veel gezelliger is dan op een terras in de zon.

 

Biografie Eveline Boetes

Eveline Boetes is studente Taal en Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. In haar vrije tijd gaat ze graag naar feesten en festivals, doet ze aan fitness, en houdt ze van gezellig eten en drinken.

Emailadres: evelineboetes@gmail.com
LindedIn

Verder lezen:

  • Bakema, P., Defour, P., Geeraerts, D. De semantische structuur van het diminutief. Forum der Letteren. Jaargang 1993. Smits drukkers-uitgevers, Den Haag 1993. 
  • Den Boon, T., Geeraerts, D., hoofdredactie. Van Dale Groot woordenboek van de Nederlandse taal. Van Dale lexicografie BV. 14e editie. 2005. Utrecht/Antwerpen.
  • Bovenhoff, M., Latjes, G., Moons, A. (2012). Basisboek spelling. Pearson Education. 
  • Hiddinga, L. (bezocht op 28 maart 2016). 15 manieren om meer tijd voor jezelf te nemen [blogartikel]. 
  • Hüning, M.(2013). Iets over diminutieven. Nederlandse morfologie in de eerste helft van de 20ste eeuw. Neerlandistiek in beeld. Stichting Neerlandistiek VU. 
  • Libelle. Nr. 1, 31 december 2015 t/m 7 januari 2016.
  • LINDA., Liefs uit Londen, december 2015.
  • Shetter, W. Z. (1959). The dutch diminutive. The Journal of English and Germanic Philology, 58(1), 75-90.