Information

Check out the new study results page. Another step closer to all the right info in one place.

What is your study programme?
Colloquium credits

Presentatie Masterthese - Judith Boel - Klinische Neuropsychologie

Last modified on 14-11-2022
Het totale intelligentiebeloop bij Patiënten met Duchenne en Becker Spierdystrofie: Een analyse op groepsniveau en op niveau van individuele patiënten.
Show information for your study programme
You're currently viewing general information. Choose your study programme to see additional information that's specific to your study programme, such as deadlines, regulations and contact details.
What is your study programme?
Start date
24-11-2022 09:30
End date
24-11-2022 10:30
Location

Roeterseilandcampus, Nieuwe Achtergracht 129-B, Gebouw G, Room S.02

Het gemiddeld totale intelligentieniveau van patiënten met Duchenne spierdystrofie is 80.20 en van patiënten met Becker spierdystrofie tussen 82.80 en 95.60. Echter is het totale intelligentiebeloop niet eerder op longitudinale wijze onderzocht bij patiënten met DMD en BMD, terwijl herkenning van achteruitgang zal helpen in het plannen van een juiste interventie en leidt tot een algemene verbetering in de kwaliteit van het dagelijks leven. In de huidige longitudinale retrospectieve studie is het doel om het intelligentiebeloop op groepsniveau en patiëntniveau te onderzoeken. Tevens wordt de invloed van de lokalisatie van een mutatie in het DP140 gen onderzocht. 

Methode: Informatie werd uit het elektronisch patiëntendossier van Kempenhaeghe gehaald. Totale intelligentiescores op de Wechsler schaal van 21 patiënten met Duchenne spierdystrofie (M: 86.67, SD: 16.64) en 8 patiënten met Becker spierdystrofie (M: 98.13, SD: 14.23) werden verzameld op twee meetmomenten. De invloed van de lokalisatie van mutatie werd onderzocht tussen drie groepen. Resultaten: Ondanks dat er geen significant verschil werd vonden in beide groepen en tussen de mutatiegroepen werd wel een klinisch relevant verschil gevonden tussen de mutatiegroep waar DP140 wel was aangetast en waar DP140 niet was aangetast. Op niveau van individuele patiënten werd bij 14.3% van de patiënten met Duchenne spierdystrofie en bij 12.5% van de patiënten met Becker spierdystrofie een achteruitgang gevonden. Conclusie: Ondanks dat op groepsniveau geen significante verschillen worden gevonden, worden op individueel niveau wel enkele patiënten gezien met een achteruitgang. Vervolgonderzoek is belangrijk om inzicht te krijgen in mogelijke voorspellers in een achteruitgang in intelligentie bij Duchenne en Becker spierdystrofie.