Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Het College van Bestuur en de medezeggenschapsraden zijn met elkaar in gesprek over de toekomst van de samenwerking tussen UvA en HvA. Centraal daarbij staan de vragen die de medezeggenschap nog heeft over de concrete inrichting van de gezamenlijke dienstverlening in de toekomst.

In december stemde de Centrale Medezeggenschapsraad (CMR) van de HvA met grote meerderheid in met het voorgenomen besluit tot bestuurlijke ontvlechting van de UvA en de HvA. De Gemeenschappelijke Vergadering (GV) van de medezeggenschapsorganen van de UvA stemde echter niet in. Het voorlopige besluit (in officiële termen: ‘voorgenomen besluit’) houdt in dat de UvA en HvA willen doorgaan met de waardevolle samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en valorisatie, maar een einde willen maken aan de bestuurlijke samenwerking in de vorm van een personele unie tussen de besturen van beide instellingen.

Net als de collega’s van de HvA staat de GV van de UvA achter het voornemen tot bestuurlijke ontvlechting, maar de GV heeft wel vragen over de concrete inrichting van de gezamenlijke dienstverlening in de toekomst. De GV heeft aangegeven op onderdelen graag meer informatie te ontvangen alvorens over te gaan tot besluitvorming. CvB en medezeggenschap zijn hierover met elkaar in gesprek.

Het CvB zal de toelichting op het voorgenomen besluit op onderdelen aanvullen. Deze toelichting wordt uiterlijk 27 januari naar de medezeggenschap gestuurd. Het College streeft ernaar dat definitieve besluitvorming kan plaatsvinden voor 1 maart.