Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Op 31 oktober nam het College van Bestuur een voorlopig besluit over de toekomst van de samenwerking UvA-HvA. De medezeggenschapsorganen van de UvA en HvA hebben hier afgelopen week op gereageerd.

Dat voorlopige besluit (in officiële termen: ‘voorgenomen besluit’) houdt in dat de UvA en HvA willen doorgaan met de waardevolle samenwerking op het gebied van onderwijs, onderzoek en valorisatie, maar een einde willen maken aan de bestuurlijke samenwerking in de vorm van een personele unie tussen de besturen van beide instellingen. De UvA en HvA zouden dan ook ieder een eigen bestuur krijgen.

Het voorgenomen besluit is binnen de UvA en HvA voorgelegd aan de medezeggenschap. Op dinsdag 20 december stemde de Centrale Medezeggenschapsraad (CMR) van de HvA met grote meerderheid in. Op vrijdag 16 december stemde de Gemeenschappelijke Vergadering (GV) van de medezeggenschapsorganen van de UvA echter niet in. Net als de collega’s van de HvA staat de GV van de UvA achter het voornemen tot bestuurlijke ontvlechting. Maar de GV heeft vragen over de concrete inrichting van de gezamenlijke dienstverlening in de toekomst.

Het College van Bestuur is blij met de enorme betrokkenheid die de medezeggenschapsraden van de UvA en HvA tonen. Het is duidelijk dat het voornemen om de personele unie van beide besturen te beëindigen op ieders steun kan rekenen. Begin januari gaat het College in gesprek met de medezeggenschap van de UvA en HvA over de vraag hoe zij tegemoet kan komen aan de zorgen die geuit zijn over de toekomst van de dienstverlening. Daarna zal het College het voorstel opnieuw aan hen voorleggen zodat de bestuurlijke personele unie ontbonden kan worden met een breed gedragen aanpak voor de inrichting van de gezamenlijke dienstverlening.