Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.

Het ideaal? ‘Een nieuw, breed gedragen, transparant allocatiemodel dat bijdraagt aan goed onderwijs en onderzoek’, stelt Ingmar Visser. ‘En dat houdbaar is voor de toekomst en rust creëert’, voegt Lianne Hooijmans toe. Zover is het nog niet. Er leven verschillende visies op de verdeling van geld binnen en tussen de faculteiten. Aan de klankbordgroep de taak er chocola van te maken. Een interview met de voorzitter en vicevoorzitter.

Klankbordgroep allocatiemodel
Fotograaf: Suzanne Blanchard

Wat is de belangrijkste opdracht van de klankbordgroep?

Ingmar Visser: ‘In eerste instantie ophalen wat de knelpunten en wensen zijn van de academische gemeenschap en vragen stellen om problemen te kunnen onderbouwen. Na de zomer kanaliseren we alles in een verstandig advies aan de werkgroep. Die werkgroep komt dan met een voorstel voor een nieuw model. We zien er op toe dat straks heel zichtbaar is hoe het nieuwe allocatiemodel bijdraagt aan de doelen van de UvA. We vinden het ook belangrijk dat de 1e geldstroom wordt ingezet om de 2e en 3e geldstroom te stimuleren. Zo zorgen we er samen voor dat de koek groter wordt.’

Wat is jullie opgevallen?

Lianne Hooijmans: ‘Tijdens de discussie kwamen veel problemen aan de orde die je niet met een ander allocatiemodel kunt oplossen.’
Ingmar: ‘Er wordt heel verschillend over het huidige allocatiemodel gedacht, ook binnen de klankbordgroep. De discussie welke zaken je op centraal niveau wilt regelen en welke op facultair niveau, speelt er steeds doorheen.’

Wat zijn de discussiepunten?

Ingmar: ‘De historische beleidsbudgetten; iedereen is het er over eens dat die rationalisering behoeven. Dat geldt in mindere mate voor de bekostigingsfactoren. De UvA houdt rekening met verschillende kostenniveaus van onderwijs en kent voor elk van de vijf faculteiten in het allocatiemodel een eigen bekostigingsfactor, terwijl het Rijk voor deze disciplines slechts onderscheid maakt tussen alfa/gamma en bètaonderwijs. Een ander punt: wil je in het model activiteiten bekostigen of prestaties belonen? Wat moet de verhouding zijn? We hebben het nog niet scherp. Bij het bekostigen van activiteiten, moet je het eigenlijk ook hebben over de manier waarop kosten worden verrekend, bijvoorbeeld de prijs per vierkante meter, maar dat is geen onderdeel van deze discussie.’
Lianne: ‘Het kwaliteitsbudget onderzoek/matching is er ook één. Op dit moment worden faculteiten beloond die veel 2e geldstroom onderzoek binnenhalen. In de praktijk gebruiken ze het vooral voor het matchen bij het binnenhalen van NWO projecten. De meningen zijn hier sterk over verdeeld. Moet je het zien als beloning voor faculteiten die het goed doen? Of is het simpelweg een matching van de kosten die een NWO-budget met zich meebrengt?’ 
Ingmar: ‘Een groot knelpunt is de koppeling onderwijs/onderzoek, het zogenoemde research-based onderwijs; één van de doelstellingen van het Instellingsplan 2015-2020. Studenten maken dan kennis met de frontlinie van het onderzoek. Probleem is nu dat je een nieuwe succesvolle opleiding kunt neerzetten, maar er niet het bijbehorende onderzoek kunt doen omdat je pas onderzoeksgeld krijgt als er diploma’s behaald zijn. Door de koppeling tussen onderwijs en onderzoek te versterken en directer te maken, los je dat op, maar niet iedereen wil dat. De vraag is hoe je dat het beste vangt in het allocatiemodel. Is dat iets dat je op UvA-niveau in het allocatiemodel wilt leggen? Of leg je dat bij de faculteiten?’

Welke andere dilemma’s zien jullie?

Lianne: ‘We moeten telkens in de gaten houden dat een parameter in het allocatiemodel kan fungeren als perverse prikkel. Bijvoorbeeld, je kunt bij een opleiding zoveel mogelijk studenten toelaten om je financiering te boosten, maar wat heeft dat voor effect op de onderwijskwaliteit? Een ander dilemma is in hoeverre moet je je als universiteit onderwerpen aan maatschappelijke tendensen zoals de Nationale Wetenschaps Agenda? Als iedereen zich richt op het internationale perspectief, dan is er weinig ruimte voor vernieuwing. Tegelijkertijd, trek je je niets aan van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), dan krijg je steeds minder geld en ga je over de kop. Het is een dunne lijn.’

De winst tot nu toe?

Ingmar: ‘Door er over te praten ontstaat er begrip voor de standpunten. Mensen met heel verschillende uitgangspunten begrijpen nu beter waar de standpunten vandaan komen. Het vergroten van transparantie en begrip gaan hand in hand. Bij de invoering van een nieuw model moeten we goed uitleggen en verantwoorden waarom we bij de UvA geld verdelen op een bepaalde manier.’

Hebben jullie een boodschap voor studenten of medewerkers?

Lianne: ‘Ga ook op facultair niveau met elkaar in gesprek. De Faculteit der Geesteswetenschappen doet dat heel goed met een eigen klankbordgroep. En… ik hoop dat mensen met verschillende ideeën, van verschillende faculteiten,  elkaar iets blijven gunnen, dat er een solidariteitsgedachte is. ‘Dit werkt misschien niet voor mij, maar als het voor jullie werkt, dan is het goed’.’

BIjeenkomst allocatiemodel