Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN
UvA Q - Onderwijsevaluaties

Evaluatierapport voor studenten

Vanaf september 2016 werkt de UvA met een UvA Q ‘evaluatierapport voor studenten’. Met dit rapport word je op de hoogte gebracht van de uitkomsten uit de evaluatie van het vak, en op welke manier de opleiding deze uitkomsten gebruikt. Zo krijg je inzicht in wat er gedaan wordt met de feedback die je hebt gegeven op het onderwijs.

In het evaluatierapport voor studenten staat een samenvatting van de resultaten van de vakevaluatie (de meningen van studenten). De docent kan vervolgens reageren op deze uitkomsten, door te schrijven wat er met de feedback gedaan zal worden. Deze reactie wordt in het evaluatierapport geplaatst. Vervolgens wordt het rapport automatisch geplaatst op de Canvaspagina van het vak. Zodra het rapport beschikbaar is krijg je een e-mail met een link naar Canvas. Hoe zo’n rapport er uit ziet zie je hier:

Voorbeeldrapport

Opbouw van het evaluatierapport voor studenten

Het evaluatierapport voor studenten bestaat uit vijf delen:

  • Contextinformatie
  • Algemeen oordeel
  • Kwaliteit van het vak
  • Leeropbrengsten
  • Reactie coördinator/docent

Contextinformatie

Onder contextinformatie staat informatie over het vak, zoals de groepsgrootte en de toetsmethoden. Ook staat er hoeveel uur per week er aan het vak besteed had moeten worden, en hoeveel studenten zeggen daadwerkelijk besteed te hebben. Deze informatie helpt bij de interpretatie van de uitkomsten van de evaluatie.

Algemeen oordeel  

Hier vind je de algemene tevredenheid van studenten over het vak in de vorm van een rapportcijfer. Daarnaast zie je de gemiddelde score op de vraag hoe leerzaam studenten het vak vonden.

Kwaliteit van het vak  

Wanneer is de kwaliteit van een vak goed? Volgens wetenschappelijk onderzoek bestaat een goed (en daarmee leerzaam) vak uit een aantal kwaliteitskenmerken. In de vakevaluatie is aan studenten gevraagd in hoeverre deze kwaliteitskenmerken aanwezig waren in het vak:

  1. Een duidelijke opzet van het vak
    Met een duidelijke opzet weet je wat je kan verwachten en wat je moet leren.
  2. Academische uitdaging
    Goed onderwijs is intellectueel uitdagend en stimuleert je kritisch denkvermogen. Leren kritisch te denken is een van de belangrijkste kenmerken van universitair onderwijs.
  3. Voldoende feedback
    Door voldoende feedback kun je tussentijds je vorderingen toetsen en kan je leren van fouten.
  4. Activerend onderwijs
    Werd je gestimuleerd om regelmatig en actief mee te doen? Zonder een bijdrage van jouzelf, kun je niet leren.
  5. Een passende werkdruk en niveau
    Een vak met een iets hogere werkdruk en niveau wordt door de meeste studenten als het meest leerzaam ervaren. 

Leeropbrengsten

Wat en hoeveel leer je in de vakken die je volgt? En hoe wordt dat gemeten? In Europa worden eindtermen van opleidingen in het hoger onderwijs beschreven aan de hand van de zogenoemde Dublin Descriptoren. Deze descriptoren zijn verdeeld over vijf categorieën en uitgewerkt op bachelor- en masterniveau. De UvA wil graag weten in hoeverre deze aspecten terugkomen in de vakken en daarom worden de relevante leeropbrengsten van vakken in UvA Q aan de hand van deze Dublin Descriptoren geëvalueerd. De descriptor ‘Leervaardigheden’ is opgesplitst in twee dimensies, namelijk ‘Samenwerken’ en ‘Overige intellectuele vaardigheden’.  

  1. Kennis en inzicht gaat over leeropbrengsten met betrekking tot de verwerven kennis en inzicht, niveau en de verbinding met actuele ontwikkelingen in het vakgebied.
  2. Praktische toepassing omvat vragen over de toepassing van stof in de praktijk, de geleerde vaardigheden die van belang zijn voor het werkveld en de mate waarin je technische vaardigheden hebt ontwikkeld.
  3. Oordeelsvorming;  in hoeverre heb je nieuwe bronnen leren gebruiken, argumenten leren analyseren en beoordelen, en heb je je onderzoeksvaardigheden ontwikkeld?
  4. Communicatie wordt gemeten met vragen over de ontwikkeling van mondelinge en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheden.
  5. Samenwerken; in UvA Q wordt ‘Samenwerken’ gemeten met een vraag over ontwikkelde samenwerkingsvaardigheden. 
  6. Overige intellectuele vaardigheden; hier vallen vragen onder over je ontwikkeld creatief vermogen, de mate waarin het vak je intellectueel-culturele begrip vergrootte en in hoeverre je persoonlijke waarden hebt leren kennen en waarderen.

Reactie van de docent

Het evaluatierapport voor studenten wordt afgesloten met een reactie van de docent, waarin hij/zij aangeeft hoe de feedback gebruikt zal worden om het vak te verbeteren. Deze reactie is een eerste reactie; definitieve wijzigingen zullen op een later moment besloten worden.