Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Major Onderwijswetenschappen

Onderwijswetenschappers bestuderen en analyseren onderwijsprocessen en trachten daarbij voorstellen tot vernieuwing en verbetering te doen en te implementeren.

De educatieve functie die onderwijs in de samenleving heeft is groot en moet zeer breed worden opgevat. Behalve aan het reguliere onderwijs (de scholen) moet ook gedacht worden aan bedrijfsopleidingen, particuliere educatieve activiteiten en educatieve media. Vanuit de theorievorming en het verrichte onderzoek wil Onderwijswetenschappen bijdragen aan oplossingen van problemen in educatieve praktijken. Vragen die daarbij bestudeerd worden zijn bijvoorbeeld ‘Welke invloed heeft de manier van lesgeven op de motivatie en het leerproces?’, ‘Wat is goed onderwijs?’ en ‘Hoe kan onderwijs recht doen aan de capaciteiten van leerlingen?’.

Onderwijswetenschappen (voorheen Onderwijskunde) aan de UvA behandelt en bestudeert onderwijs op  drie niveaus: op het niveau van een leerling en leraar in de lessituatie, van de school als organisatie en van het onderwijsbeleid van scholen en het ministerie. Allerlei maatschappelijk relevante en actuele onderwerpen komen in de opleiding aan bod, zoals (on)gelijke kansen binnen het onderwijs, schooluitval, een leven lang leren en overheidsmaatregelen t.a.v. studeren.

Met de overgang naar de major is het fijn om te weten  hoe de praktische zaken bij de major geregeld zijn en wat er verandert voor jou als student. Lees daarom de informatie die we hebben verzameld in de factsheet die je via onderstaande link kunt vinden:

Aansluitende masters

Elke UvA bachelor waarbinnen jij je major volgt, kent een aansluitende master. Afhankelijk van het gekozen majorprogramma en de manier waarop je eventueel keuzeruimte hebt ingevuld, ben je toelaatbaar tot bepaalde tracks/richtingen binnen de aansluitende master die bij jouw major hoort. Als je een specifieke track wilt volgen, neem dan tijdig contact op met de studieadviseur van je major om na te gaan of je toelaatbaar bent of wat je eventueel nog kunt doen om toelaatbaar te worden. Je kunt natuurlijk ook buiten de UvA zoeken naar geschikte masters. In alle gevallen moet je er rekening mee houden dat aansluitend en toelaatbaar niet betekent dat je automatisch wordt toegelaten. Vanuit de master kunnen aanvullende toelatingseisen worden gesteld, naast het hebben van een relevant bachelordiploma. Begin dus op tijd met het oriënteren op een master, check de toelatingseisen en bedenk goed hoe je de kans op toelating zo groot mogelijk maakt. Dat kan bijvoorbeeld door het slim inzetten van je keuzeruimte of door het volgen van extra curriculaire vakken. Voor alle masters geldt dat je je kunt onderscheiden door een hoog studietempo en hoge cijfers.

De master Onderwijswetenschappen is de aansluitende master voor deze major. Kijk voor meer informatie hier.

Ervaring van een BG student

Tom Lassche (start BG 2012):

Toen ik mijn major moest kiezen zag ik mij niet nog 2 jaar lang (of nog langer!) in een lab staan of in werkgroepen sommetjes maken. Ondanks dat mijn interesse altijd bij de bèta-kant van het wetenschappelijk spectrum lag heb ik besloten om een draai te maken in de richting van onderwijskunde. Wat ik leuk vind aan deze major is lastig te beschrijven. Ik merk dat ik de vakken die ik volg bijna allemaal erg interessant vind. De docenten zijn erg kundig en kunnen de stof erg verlevendigen. Dat is ook niet zo gek, want iemand die les geeft bij de studie onderwijskunde weet als geen ander wat er allemaal mis kan gaan. Wat mij met name aansprak, behalve het onderwerp onderwijs, is dat er veel keuze ruimte is, zodat ik nog interdisciplinair bezig kan zijn. De studie zelf is al erg breed opgezet, je bestudeert het onderwijs niet alleen op klassikaal niveau, maar kijkt ook naar scholen, scholen groepen, nationaal en internationaal beleid. In mijn keuze ruimte heb ik bijvoorbeeld ook een vak bij de afdeling pedagogiek gevolgd dat zich focuste op leerstoornissen en cognitieve ontwikkeling. Daarnaast bleek al snel dat de studie druk een stuk lager is, wat mij de ruimte geeft om ook nog extra vakken te volgen. Er is een groot nadeel aan deze major en dat is dat er bijna geen bèta-gamma-ers besluiten om deze richting op te gaan, zodat je zeker de eerste weken echt ‘nieuw’ bent. Daarnaast merk je dat de gemiddelde onderwijskunde student een hele andere interesse heeft dan de gemiddelde bèta-gamma student, waar door er tussen de colleges door niet snel zal worden gepraat over de bevindingen die bij het CERN zijn gedaan of over het nieuwe gebruik van nieuwe energie generende technieken. Met bèta-gamma studenten kun je over bijna elk wetenschappelijk onderwerp een gesprek hebben, maar met mensen die geschoold zijn binnen een specifieke discipline merk je dat dat lastiger gaat.

Een groot misverstand is dat dat je met onderwijskunde voor de klas komt te staan, dat is niet waar. Je kunt wel op een school gaan werken, maar ook dat is lang niet altijd het geval. Er zijn talloze plekken waar mensen moeten nadenken over onderwijs of opleidingen. Uitgeverijen, lerarentrainers, curriculum designer, cursus ontwikkelaar, etc. Zelf heb ik nog geen idee welke kant ik op zou willen. Een ander misverstand zou kunnen zijn dat je denkt dat je als bèta-gamma-er kennis mist en dat je een achterstand zult hebben als je deze major gaat doen. Niets is minder waar! Ik ben van mening dat je zelfs een kleine voorsprong hebt op je medestudenten. Na volgend jaar zal ik de master onderwijskunde gaan volgen.

Studieplannen