Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

De Amerikaanse presidentsverkiezingen zullen dit jaar op 6 november worden gehouden. CommPulse vroeg Rens Vliegenthart hier een opiniestuk over te schrijven. Rens Vliegenthart is docent Communicatiewetenschap aan de UvA en heeft onlangs het boek ‘U kletst uit uw nek’ gepubliceerd. Dit boek gaat over de relatie tussen politiek, media en de kiezer.

CommPulse

Op 6 november gaat de Amerikaanse kiezer naar de stembus om een nieuwe president te kiezen. De strijd tussen de democraat en zittend president Barack Obama en zijn republikeinse uitdager Mitt Romney is ongekend spannend. De veelvuldig gepubliceerde peilingen laten de laatste weken duidelijke verschuivingen zien, die door experts, spindoctors en journalisten aan allerlei gebeurtenissen in de campagne worden toegeschreven: de 47% gaffe van Romney, het slechte optreden van Obama in het eerste debat of de glimlach van Joe Biden. Als volger van de campagne krijg je de indruk dat de strijd nu pas echt beslist wordt en dat iedere fout van de éne of ander kandidaat fataal kan zijn. Toch is dat beeld op zijn minst overtrokken. Verkiezingscampagnes kunnen belangrijk zijn, maar het belang wordt – zeker in de Amerikaanse context – vaak overschat. Toch lijkt, juist in deze verkiezingsstrijd, de campagne er wel toe te doen.

 

In hun boek The Timeline of Presidential Elections laten de Amerikaanse politicologen Robert Eriksen en Christopher Wlezien zien dat de belangrijkste factoren die de uitslag van de verkiezingen beïnvloeden structureel en langetermijn van aard zijn. Zo zijn er economische factoren (“It’s the economy, stupid!”), maar ook de waardering voor de zittende president zoals gemeten voor de campagne eigenlijk begint. In bijna alle gevallen zijn politicologen in staat om op basis van dit soort factoren te voorspellen wie de verkiezingen gaat winnen. De enige keer in de recente geschiedenis dat dit niet lukte was in 2000: toen verloor Al Gore onverwachts van George W. Bush. Dit voorbeeld laat zien wat de rol van campagnes (vaak) is. Gore was acht jaar lang vicepresident geweest onder Bill Clinton. De economie was sterk groeiende en Clinton was enorm populair onder de bevolking. Gore weigerde echter in zijn campagne gebruik te maken van die populariteit van Clinton of teveel te wijzen op de successen die zij samen hadden geboekt, omdat hij bang was dat de Lewinsky-affaire (Clinton had een buitenechtelijke relatie gehad met een stagiaire in het Witte Huis) op die manier alsnog een negatieve weerslag zou hebben. Gore hielp de kiezers dus niet belangrijke overwegingen om op hem te stemmen zichtbaar te maken. Dit is wat een campagne moet doen: kiezers duidelijk maken waar het om gaat (priming) en ervoor zorgen dat zij daadwerkelijk gaan stemmen (mobilisering). Als een kandidaat dat doet is de campagne geslaagd. En ja, goede publieke optredens helpen daarbij, maar zijn niet zaligmakend en zelfs in de beste campagnes worden fouten gemaakt.

 

Toch is dat niet het hele verhaal: een kleine groep kiezers twijfelt tot het laatste toe op welke kandidaat te stemmen. In sommige gevallen kan die groep een groot verschil maken: als de kandidaten erg dicht bij elkaar liggen kunnen zij bepalen wie wint en wie verliest. Dat zou in de campagne van 2012 het geval kunnen zijn. De voorspellingen vooraf zijn dat, op basis van structurele factoren de kandidaten dichtbij elkaar liggen, waarbij Obama licht in het voordeel is. De zwevende kiezer die ook nog eens in een swing state (een staat waarin niet duidelijk is wie van de twee kandidaten gaat winnen) woont, wordt dan ook gebombardeerd met reclames, telefoontjes en huisbezoeken. Dat is een veel belangrijker deel van de communicatie dan de debatten en optredens van de kandidaten in de vrije publiciteit, die maar door een beperkt deel van de bevolking worden gezien. Hoeveel al die pogingen uitmaken is moeilijk te zeggen, maar dat ze in bepaalde gevallen het gewenste effect sorteren is duidelijk. Er lijkt in ieder geval– meer dan in de voorgaande jaren – alle reden om de komende weken de gebeurtenissen in de VS op de voet te volgen.