Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!

Bewegen in social media land

Jan-Willem Pijnenburg

19 Januari 2016 - Door Jan-Willem Pijnenburg: 'Om de bevolking in beweging te krijgen zal er over de onderwerpen gezondheid en fysieke activiteit moeten worden geblogd' Onderdeel van het Afstudeerproject Persuasieve communicatie.

"Nederlanders bewegen te weinig volgens de overheid."

Overgewicht is in Nederland, net als in veel andere westerse welvarende landen, een groeiend probleem. Volgens het CBS is maar liefst 41% van de bevolking te zwaar. Om overgewicht tegen te gaan is het natuurlijk verstandig om niet te veel en niet ongezond te eten. Maar, om zowel mentaal als fysiek gezond te blijven is het, naast het volgen van een gezond dieet, erg belangrijk om ook genoeg te bewegen. Nederlanders bewegen te weinig volgens de overheid, die dit toetst aan de hand van de Norm Gezond Bewegen. Deze norm geeft aan hoeveel mensen minimaal dienen te bewegen om gezond te blijven. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu voldeed slechts 55,8% van de Nederlandse bevolking boven de 12 jaar aan deze norm. De Nederlandse overheid heeft om deze reden hoog ingezet op campagnes die aansporen meer te gaan bewegen. Dit gebeurt nu vooral offline, terwijl de social media jungle bol staat van de gezondheidsinformatie. Hoog tijd voor de overheid om ook via social media van zich te laten horen, maar hoe?

 

Om erachter te komen wat de beste manier is om mensen online aan te spreken over de gezondheidsvoordelen van fysiek actief zijn, is onderzocht of er verschil is tussen drie veel voorkomende internet bronnen (leken, beroemdheden en experts) in het effect dat ze hebben op bewegingsintenties van ontvangers. Daarnaast is ook onderzocht of twee prominente vormen van sociale media (Facebook en de blog), dit effect versterkten voor de bron. Dit onderzoek werd gehouden onder mensen van 18 jaar en ouder omdat is aangetoond dat vanaf deze leeftijd men veel online opzoek gaat naar gezondheidsinformatie.

 

"Een blogpost had een groter effect op de intentie om te bewegen dan een Facebookpost."

In een online survey kregen de deelnemers een fictieve Facebookpost of een fictieve blogpost met gezondheid- en beweging bevorderende informatie, van één van de drie bovengenoemde bronnen. Daarna werd er door middel van drie vragen gemeten welk effect de bronnen en kanalen hadden op de bewegingsintenties van de respondenten hadden. De verwachting was dat een expert het grootste effect op de bewegingsintentie zou hebben, gevolgd door de beroemdheid en de leek. Daarnaast werd verwacht dat voor de expert de blog het beste medium zou zijn om de boodschap over te brengen, en voor de beroemdheid en de leek de Facebookpost. Uit de resultaten bleek echter dat de drie bronnen niet significant verschilden in het effect dat ze hadden op de bewegingsintenties van de ontvangers. Daarnaast bleken de twee kanalen ook geen versterkende werking voor de bronnen te hebben. Ondanks dat het niet voorspeld was, bleken de kanalen zelf wel significant van elkaar te verschillen in het effect dat ze hadden op de bewegingsintenties van ontvangers. Een blogpost had een groter effect op de intentie om te bewegen dan een Facebookpost.

 

"Bloggen over gezondheid en fysieke activiteit kan dus nuttig zijn."

Maar, wat betekent dit nu voor een online campagne van de overheid over gezondheid en fysieke activiteit? Allereerst kan dus worden afgeleid uit de bevindingen dat er geen verschillen tussen de bronnen werd gevonden. Er hoeft dus geen extra geld te worden gespendeerd aan een expert of beroemdheid als afzender, om met een boodschap meer invloed uit te oefenen. Daarnaast werd gevonden dat er geen groter effect was wanneer de bronnen de informatie via een Facebookpost of een blogpost communiceerde. Dit wil zeggen dat een Facebookpost of een blogpost niet perse gekoppeld hoeft te worden aan een van de onderzochte bronnen om effectiever te zijn. Het medium zelf kan wel bijdragen aan de effectiviteit van de campagne. Bloggen over gezondheid en fysieke activiteit kan dus nuttig zijn. Met deze vorm van social media zijn we dus één stap dichter bij het gezonder en fitter krijgen van de Nederlandse bevolking.

Jan-Willem Pijnenburg, student Communicatiewetenschap
Jan-Willem Pijnenburg