Interfacultaire lerarenopleidingen (Master LVHO en minor Educatie)

College en Graduate School of Child Development and Education

Groeten uit… Tamil Nadu, India

7 september 2017

UvA-wetenschappers zitten overal: van het lab aan Roeterseiland tot de Noordpool en van Jordanië tot de Verenigde Staten. Of, zoals Maarten Bavinck, hoofddocent bij Geografie, Planologie en Internationale Ontwikkelingsstudies, in Zuid-Azië. Specifiek: in Tamil Nadu, in het zuidoosten van India. Dit is de laatste aflevering uit de zomerreeks Groeten uit... van de UvA.

‘Mijn naam is Maarten Bavinck. Ik specialiseer me in het beheer van kust en zee, en ik ben vooral geinteresseerd in de zeevisserij in Zuid-Azie. Deze zomer verblijf ik dus twee maanden voor onderzoek in de deelstaat Tamil Nadu, in zuidoost India. Ik kom eind september weer terug naar Amsterdam, net op tijd om weer bij te dragen aan het masteronderwijs.’

De vloot van Tamil Nadu

‘In de afgelopen vijf jaar heb ik een groot onderzoeksproject geleid naar de visserijconflicten die zich voordoen tussen India en Sri Lanka. Deze conflicten zijn na de beëindiging van de burgeroorlog in Sri Lanka (in 2009) toegenomen, omdat lokale vissers zich toen weer op zee konden begeven en daar een grote vloot vissersschepen uit Tamil Nadu aantroffen.  Uit dit eerdere onderzoek is gebleken dat de oplossing moet worden gezocht in het verkleinen ofwel terugtrekken  van de vloot uit Tamil Nadu.  Het grootste probleem is echter: waar moet deze vloot naar toe?

In mei 2017 is de Indiase overheid met een plan gekomen om de vissers die nu voor de kust van Sri Lanka vissen om te scholen tot diepzeevissers. Daardoor zouden zij nu, met modernere tonijnschepen, dieper de oceaan op kunnen. Ik wil weten hoe dit plan uitgevoerd gaat  worden, en wat de kans is dat het succes zou kunnen hebben.’

Rijst, curry en heerlijke verse vis

‘Op dit moment zit ik in Mandapam, midden in het kustgebied waar de Indiase kottervloot gevestigd is. Hoe mijn werkdag eruit zag? Mijn eerste doel was om de ambtenaar die belast is met uitvoering van het plan te spreken te krijgen.  Middels een telefoontje begreep ik dat hij vanmiddag op kantoor zou zijn.  Vanochtend ben ik dus eerst bij één van de visserleiders uit dit gebied op bezoek geweest, die ik van vroeger kende en me vertelde van zijn indrukken van het plan. Hier ben ik vervolgens uitgenodigd voor een lunch met rijst en curry, plus heerlijk gebakken verse vis. 

Daarna ben ik op de bus gestapt naar de provinciehoofdstad, Ramnathapuram, om  de betreffende hoofdambtenaar op te zoeken. Hij bleek net de deur uit te zijn, maar zou zo terugkomen. Ondertussen dus een gesprek gevoerd met andere ambtenaren van het departement van visserij, die me iets over recente ontwikkelingen konden vertellen. Opeens bleek de hoofdambtenaar echter weer terug, en werd ik aan hem voorgesteld. Het bleek een erg aardige, maar ook zeer capabele en vastberaden man te zijn, die bovendien benieuwd was naar mijn mening. Wij hebben een uur met elkaar gesproken. Daarna met de bus terug naar mijn verblijfplaats en ‘ s avonds mijn notities uitgewerkt. Daarnaast heb ik ook nog een plan voor de volgende dag opgesteld.’

Te weinig vis?

‘Het bijzonderste in mijn onderzoek is waarschijnlijk de sterk tegenovergestelde meningen die ik tegenkom. Tegenover mensen die heel enthousiast zijn over het nieuwe plan, en denken dat het zou kunnen slagen, tref ik cynici aan die stellen dat er in de diepzee veel te weinig vis aanwezig is om zo’n grote vloot te onderhouden. Bovendien ervaar  ik grote twijfels of, zelfs als de diepzeevloot inderdaad tot stand zou komen, of het de problemen in het zeegebied met Sri Lanka op gaat lossen. Het houdt de gemoederen dus sterk bezig! Wordt vervolgd.’

Gepubliceerd door  UvA Persvoorlichting