Interfacultaire lerarenopleidingen (Master LVHO en minor Educatie)

College en Graduate School of Child Development and Education

Guinevere Simpson wint FMG Startup Challenge met slaap-workshop

18 april 2017

Onderwijskunde-student Guinevere Simpson heeft afgelopen dinsdag de FMG Startup Challenge gewonnen met haar idee voor een workshop die jongeren beter moet leren slapen. Ze ontving daarmee een cheque van 1000 euro én een plek in de UvA-brede finale op 3 mei.

Guinevere ontwikkelde de slaap-workshop samen met UvA-student Eli de Smet. ‘Slaap komt bij veel mensen, en dus ook bij jongeren, als laatste op het prioriteitenlijstje’, vertelt Guinevere. ‘Daar kleven risico’s aan, zeker voor jongeren, die extra veel slaap nodig hebben. Als je te weinig slaapt, loop je meer risico op depressies, overgewicht en slechtere schoolprestaties. Ik zeg het altijd zo: Een uur slapen levert meer resultaat op dan een uur extra studeren!’

Balans terugbrengen

Uit longitudinaal onderzoek is gebleken dat pubers doordeweeks korter slapen dan vroeger, maar dat ze in het weekend nog even veel slapen. Dat duidt erop dat ze nog steeds even veel slaap nodig hebben, maar dat ze wel minder slapen. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Een probleem dat Guinevere aan het hart gaat: ‘Ik ben een keer voor een summer school in Zuid-Korea geweest, en daar vielen leerlingen tijdens lesuren in slaap. Na school moeten die kinderen meteen door naar de bijschool tot elf uur ’s avonds. Zo ver moeten we  het niet laten komen, vind ik. Zo ver is het in Nederland ook nog niet, maar het risico is wel dat de balans tussen school, sociale activiteiten en slapen een beetje zoekraakt. Ik zou deze graag terug willen brengen.’

Screentime en prestatiedruk

Dat die balans steeds meer zoekraakt, heeft verschillende oorzaken: het aantal uren screentime (uren die worden besteed aan telefoon, laptop en tablet) is enorm toegenomen. Het blauwe licht dat deze apparaten verspreiden, is slecht voor de aanmaak van melatonine. Ook zijn de hoeveelheid huiswerk en de prestatiedruk toegenomen; kinderen worden continu getoetst, veel van hen volgen bijlessen, en halen nachten door om te “blokken”.

Tips om beter te slapen

In de workshop, die bestaat uit het invullen van een vragenlijst over slaapgedrag en -kwaliteit, en een interactief programma van een lesuur, waarin de gevolgen worden besproken van goed en slecht slapen en hoe de leerlingen daarmee om kunnen gaan.  De kinderen leren ideeën opdoen om hun slaapgedrag aan te passen. De tips variëren van zorgen voor een schoon bed tot oordoppen dragen, een uur tot een halfuur voor het naar bed gaan niet naar beeldschermen kijken tot ’s morgens meteen uit bed stappen (niet ‘snoozen’) en minder koffie drinken. Daarnaast krijgen ze informatie over hun eigen slaapgedrag, ook in vergelijking tot dat van de rest van de klas.
‘De idee is dat we naar scholen toe gaan om de workshop te verzorgen, vooral aan eindexamenklassen. Voor een optimaal effect raden we ook altijd aan om ouders en docenten een workshop te geven, zodat ook zij op de hoogte zijn en de kinderen kunnen ondersteunen bij de aanpassing van het slaapgedrag.’

Kritische vragen over het business-model

Een prachtige basis voor een startup, vond ook de jury. Er volgden nog wel wat kritische vragen over het business-model: zou het niet veel winstgevender zijn om de trainingen ook te bieden bedrijven? ‘Daar hadden ze best een punt; ons idee is heel ideëel, en niet per opgezet om er heel veel geld meet te verdienen. Daarom ben ik er extra trots op dat we toch hebben gewonnen.’

Andere workshops ontwikkelen

Op 3 mei neemt Guinevere deel aan de UvA-brede finale, waar ze kans maakt op de hoofdprijs van 5000 euro en de titel ‘UvA Startup van het Jaar’. ‘Dat geld is natuurlijk heel fijn en ook handig om ons idee verder uit te werken, maar die titel zou voor ons helemaal geweldig zijn. Die opent zeker deuren voor onze startup. Heel handig ook voor het toekomstplaatje van het bedrijf; we willen graag mensen in dienst nemen om de workshops te verzorgen, zodat we zelf meer tijd hebben om andere workshops ontwikkelen, bijvoorbeeld op het gebied van telefoon- en gadgetgebruik.’

Gepubliceerd door  Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen