Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
EN uva.nl

Grammatica voor tweedetaalleerders: zin of onzin?

door: Janna Kamphof.

Stel dat je net in Nederland woont en een taalcursus volgt. Tijdens een les zegt je docent: ‘We gaan nu allemaal het werkwoord lopen vervoegen’. Aan het einde van de dag kan je dan misschien foutloos de vervoegingsrij van ‘lopen’ opschrijven. Het is echter nog maar de vraag of je in de bus naar huis ook een gesprekje met iemand kan voeren. Hoe zinvol is het eigenlijk om expliciet grammatica te leren aan tweedetaalleerders?

Tweestromenland

Al jaren voeren docenten van het Nederlands als tweede taal (NT2) een discussie over de inrichting van het onderwijs voor tweedetaalleerders. Docent en wetenschapper Alied Blom spreekt ook wel van een tweestromenland in de NT2-onderwijstheorie (Blom, 2006). Aan de ene kant staan de methodes die werken met expliciete grammatica, aan de andere kant de leergangen die de cursisten onderdompelen in taalmateriaal. Volgens Blom is deze tweedeling veroorzaakt door de linguïst Stephen Krashen, die het als eerste had over bewuste grammatica versus acquisition, ofwel het onbewust oppikken door het gebruik van taal.

Folkert Kuiken, professor aan de Universiteit van Amsterdam, gaf de twee groepen zelfs een naam: de rekkelijken en de preciezen. De laatste groep streeft naar een methode met heldere uitgangspunten en een vast stramien. Volgens hen biedt grammatica NT2-leerders  het houvast dat  nodig is om Nederlands te leren. Een voorbeeld van een precieze methode is Introduction to Dutch. Elk hoofdstuk begint met grammatica-uitleg en losse woorden en uitdrukkingen. Vervolgens kunnen NT2-leerders de kennis toepassen in vertaaloefeningen van het Nederlands naar het Engels en omgekeerd. Een voorbeeld uit hoofdstuk 10 ‘Possessive and interrogative pronouns’:

(1) Supply the appropriate possessives:

(jij) … boek is hier. (ik) … huis. (zij, pl.) zij rijden in … auto. (jullie) … kopjes. (wij) … kinderen. (zij) kinderen.

Deze opdrachten zijn misschien nuttig om je kennis te toetsen, maar ook nogal geestdodend. Bovendien komt er geen spreekvaardigheid aan te pas. Omdat de rekkelijken vinden dat zo’n leergang daarnaast niet voldoet aan de behoeften van alle cursisten, gaan zij losser om met methodes. Volgens hen moet je de leerstof namelijk anders aanbieden aan een hoogopgeleide Poolse student dan aan een Turkse cursist die nog nooit bewust met taal bezig is geweest. De rekkelijken pleiten daarom voor een communicatieve benadering. Hierbij staat het overbrengen van een boodschap voorop en is de correctheid ondergeschikt. Dit heeft geleid tot een aantal leergangen waarin grammatica nauwelijks terug te vinden is. 

Grammatica anders benaderd

Toch blijkt grammatica cruciaal te zijn voor de vorderingen van een cursist. Peter Donck, zelf NT2-docent, onderzocht de invloed van grammatica op leerprestaties. Hij merkte op dat leerlingen die ook grammaticaonderwijs hadden gekregen, sneller vorderden en uiteindelijk op een hoger niveau terechtkwamen (Donck, 2002). Leerlingen die slechts grammatica oefenden, vorderden nog slechter dan leerlingen die alleen maar taalinput te verwerken kregen. De onderzoeker pleit er daarom voor niet de functie van grammatica uit het oog te verliezen: grammatica is een toepassing van alledaags taalgebruik.

Volgens Donck moet grammatica daarom ook als praktische toepassing onderwezen worden, niet als doel op zich. Tijdens zijn onderzoek bleken sommige leerlingen ‘Loopt jij naar school?’ te zeggen, ook al hadden ze net geleerd dat de -t verdwijnt bij inversie. Sceptici zullen dit misschien zien als het bewijs dat grammaticaonderwijs zinloos is, maar grammatica is een deelvaardigheid. Stel dat een leerling de inversiefout maakt, dan kan de docent de regel weer eens aanhalen. Cursisten zien dan het nut van de grammatica en kunnen die meteen toepassen. Geen rijtjes en regels stampen, maar oefenen met praktijkvoorbeelden. 

Een tussenweg: grammatica én taalinput

Een methode die naadloos aansluit op deze bevindingen is Code Nederlands, ontwikkeld door de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Deze methode combineert het beste van twee werelden: een communicatieve benadering mét grammatica. Taalgebruik staat centraal, maar wordt gekoppeld aan taalvorm. Een voorbeeld uit deze methode:

(8) Op een feestje

  • Hoe heet je?
  • Linda. En jij?
  • Harry.

 

  • Mag ik me even voorstellen? Mijn naam is Witteman.
  • Prettig met u kennis te maken. Ik ben mevrouw Andersen.

 

  • Dag, ik ben Anke de Graaf.
  • Dag, Rob Jansen. 

 

(9) Zich voorstellen

Ik ben…        

  • Dag, ik ben Anke de Graaf.
  • Dag, Rob Jansen.

Mijn naam is…

  • Mijn naam is Witteman.
  • Ik ben mevrouw Andersen.

… [naam]

  • Jos de Beer.
  • Arthur Prins. 

 

(10) Het persoonlijk voornaamwoord: ik, u, je 

1. ik

  • Dag, ik ben Anke de Graaf.
  • Dag, Rob Willems.

2. formeel: u

  • Bent u mevrouw Overmars?
  • Ja.

3. informeel: je

  • Hoe heet je?
  • Linda.

4. informeel, accent: jij

  • Ben jij Mariska?
  • Nee, Karin.

 

Het uitgangspunt bij deze oefeningen is een alledaagse communicatieve situatie: een gesprek op een feestje. Vervolgens worden enkele bruikbare uitdrukkingen genoemd. Ten slotte volgt niet het hele rijtje voornaamwoorden, maar slechts de vier die in de introductietekst voorkwamen. Cursisten moeten die meteen toepassen door met elkaar in gesprek te gaan. 

De Delftse methode

We zouden nog een stap verder kunnen gaan, door de grammatica helemaal niet meer op voorhand uit te leggen, maar slechts wanneer een cursist een taalprobleem opmerkt. Een leergang die dat doet, is de Delftse methode (Montens, Sciarone & Grezel, 2001). Cursisten kijken niet naar grammaticaregels, maar naar een tekst. Aan de hand van de gelezen en geleerde tekst stelt de docent vragen en gaan de cursisten in groepjes in discussie. Het voordeel hiervan is dat ze de geleerde zinnen meteen in de conversatieles kunnen gebruiken.

Uit een inventarisatie van Blom & Wesdijk (2007) blijkt dat het overgrote deel van de vragen van cursisten niet grammaticaal maar lexicaal van aard is. Zij vragen bijvoorbeeld ‘Wat betekent zou?’ en ‘Hoeveel is een stuk of drie?’. Op basis van deze inventarisatie concludeert Blom (2006) dat de vraag om grammatica-uitleg vaak voortkomt uit onduidelijkheid over de betekenis van woorden. Een cursist zal volgens Blom dan ook niet vragen om het paradigma van de persoonlijk voornaamwoorden te leren, maar om bijvoorbeeld het verschil tussen ‘je’ en ‘jij’. Daarom pleit Blom in haar artikel ervoor niet óver het Nederlands te praten in grammaticaal jargon, maar ín het Nederlands over interessante onderwerpen.

Hoe nu verder?

Grammatica blijkt wel degelijk zinvol. Maar niet als een expliciet lesonderdeel. In het beste geval merkt een tweedetaalleerder bijvoorbeeld zelf op dat de -t van ‘jij loopt’ verdwijnt in een vraagzin. De docent kan hier dan op inhaken door de regel uit te leggen. Op die manier worden taalvorm en taalgebruik optimaal in balans gebracht en maken we Nederlands leren weer effectief én leuk. 

Verder lezen

Voor meer informatie over het onderzoek van Peter Donck:
Donck, P. (2002) Grammatica in de NT2. Het blijft behelpen…(of toch niet?). Levende Talen Magazine, 8, 14-16.

Voor meer informatie over de rekkelijke en precieze aanpak van grammaticaonderwijs:
Kuiken, F. (2009). Dertig jaar leermiddelen NT2 (1980-2010): rekkelijken en preciezen. In: Kijk op leermiddelen: lezingen gehouden op 27 november 2009 tijdens het afscheidssymposium voor Marijke Huizinga, (p. 23-33). Amsterdam: Vrije Universiteit, Afdeling Nederlands Tweede Taal.

Voor meer informatie over de Delftse Methode:
Blom, A. (2006). NT2-les zonder grammatica. Levende Talen Tijdschrift, 7(4), 20-27.

Bibliografie

Blom, A. & Wesdijk, J. L (2007). Veelgestelde vragen in de NT2-les. Amsterdam: Boom.

Blom, A. (2006). NT2-les zonder grammatica. Levende Talen Tijdschrift, 7(4), 20-27.

Coppen, A. (2012). Wat is de zin van schoolgrammatica? Link: http://www.taalcanon.nl/vragen/wat-is-de-zin-van-schoolgrammatica/

Donck, P. (2002). Grammatica in de NT2. Het blijft behelpen…(of toch niet?). Levende Talen Magazine, 8, 14-16.

Kuiken, F. (2009). Dertig jaar leermiddelen NT2 (1980-2010): rekkelijken en preciezen. In: Kijk op leermiddelen: lezingen gehouden op 27 november 2009 tijdens het afscheidssymposium voor Marijke Huizinga, p. 23-33. Amsterdam: Vrije Universiteit, Afdeling Nederlands Tweede Taal.

Verboog, M. & Adèr, L. (2015). Grammaticalessen: voor wie? En wat heeft zin en wat niet? Link: https://www.nt2.nl/magazine/columns/column/172/
Grammaticalessen-voor-wie-En-wat-heeft-zin-en-wat-niet